BWBR0016034
Geldig vanaf 2004-01-01
Artikel 6
Regeling innovatiesubsidie samenwerkingsprojecten opkomende markten
1. Bij ministeriële regeling worden de perioden vastgesteld, na afloop waarvan de aanvragen om subsidie die in die periode zijn ontvangen en voldoen aan de wettelijke voorschriften, worden behandeld.
2. Bij ministeriële regeling wordt een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies op in een periode als bedoeld in het eerste lid, op grond van deze regeling ontvangen aanvragen. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld voor bepaalde categorieën aanvragers en voor bepaalde categorieën projecten.
3. De perioden in 2004 na afloop waarvan de aanvragen op grond van artikel 7, eerste lid, die in die perioden zijn ontvangen, worden behandeld, worden vastgesteld op:
a. 1 maart tot en met 29 april;
b. 3 mei tot en met 2 juli;
c. 6 september tot en met 3 december.
4. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op aanvragen op grond van deze regeling, ontvangen in de in het vierde lid, onder a, genoemde periode, wordt vastgesteld op € 1 300 000.
2. Bij ministeriële regeling wordt een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies op in een periode als bedoeld in het eerste lid, op grond van deze regeling ontvangen aanvragen. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld voor bepaalde categorieën aanvragers en voor bepaalde categorieën projecten.
3. De perioden in 2004 na afloop waarvan de aanvragen op grond van artikel 7, eerste lid, die in die perioden zijn ontvangen, worden behandeld, worden vastgesteld op:
a. 1 maart tot en met 29 april;
b. 3 mei tot en met 2 juli;
c. 6 september tot en met 3 december.
4. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op aanvragen op grond van deze regeling, ontvangen in de in het vierde lid, onder a, genoemde periode, wordt vastgesteld op € 1 300 000.