BWBR0016034
Geldig vanaf 2004-01-01
Artikel 11
Regeling innovatiesubsidie samenwerkingsprojecten opkomende markten
1. De minister wint omtrent de aanvragen om een subsidie voor een project, waarop niet met toepassing van artikel 10afwijzend wordt beslist het advies in van de adviescommissie, bedoeld in artikel 5.
2. De adviescommissie geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies:
a. indien onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het project;
b. indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het project naar behoren uit te voeren;
c. indien van het project onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.
3. De adviescommissie rangschikt de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. het meer bijdraagt aan technologische vernieuwing of aan wezenlijk nieuwe toepassingen van een bestaande technologie;
b. het meer bijdraagt aan verbetering van de ecologische en sociale prestaties van een deelnemer, dan wel van de ecologische en sociale aspecten van de samenleving;
c. het meer bijdraagt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van het projectdoel, de nieuwheid van het samenwerkingsverband en de betrokkenheid van kennisinstellingen, en
d. de projectresultaten meer economische waarde creëren, wordt aangesloten aan de doelstellingen van de deelnemende ondernemingen en de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten uitgebreider zijn.
2. De adviescommissie geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies:
a. indien onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het project;
b. indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het project naar behoren uit te voeren;
c. indien van het project onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.
3. De adviescommissie rangschikt de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. het meer bijdraagt aan technologische vernieuwing of aan wezenlijk nieuwe toepassingen van een bestaande technologie;
b. het meer bijdraagt aan verbetering van de ecologische en sociale prestaties van een deelnemer, dan wel van de ecologische en sociale aspecten van de samenleving;
c. het meer bijdraagt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van het projectdoel, de nieuwheid van het samenwerkingsverband en de betrokkenheid van kennisinstellingen, en
d. de projectresultaten meer economische waarde creëren, wordt aangesloten aan de doelstellingen van de deelnemende ondernemingen en de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten uitgebreider zijn.