BWBR0015799
Geldig vanaf 2016-12-08
Artikel 6
IKAP-Regeling rijkspersoneel
1. De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om in ruil voor een belastingvrije vergoeding voor een of meer in het tweede en derde lid genoemde bestemmingsmogelijkheden geheel of gedeeltelijk af te zien van een of meer van de volgende aanspraken tot de hoogte van het bedrag van die vergoeding:
a. maximaal 10% van het jaarsalaris;
b. de vergoeding voor meer uren werken, bedoeld in artikel 3;
c. de vergoeding voor het verlagen van de jaarlijkse aanspraak op bovenwettelijke vakantie-uren, bedoeld in artikel 23b van het ARAR;
d. de vergoeding voor het verlagen van de aanspraak op vakantie-uren die vóór 1 januari 2016 is ontstaan als bedoeld in artikel 129a van het ARAR;
e. de vakantie-uitkering;
f. de eindejaarsuitkering, mits deze wordt ingezet voor de bestemmingsmogelijkheid, genoemd in het tweede lid, onder h.
2. Voor zover de geldende fiscale bepalingen dit mogelijk maken zijn de belastingvrije bestemmingsmogelijkheden:
a. bedrijfsfitness;
b. een fiets voor het woon-werkverkeer, inclusief fietsaccessoires, en een fietsverzekering;
c. de inrichting van een telewerkruimte;
d. vakliteratuur;
e. een studie/opleiding voor een beroep;
f. openbaar vervoerbewijzen die mede voor het werk worden gebruikt;
g. vakbondscontributies;
h. een aanvulling op de tegemoetkoming voor woon-werkverkeer bij of krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989 tot maximaal het verschil tussen het bedrag van de tegemoetkoming en het bedrag dat voor de in artikel 6a, vierde lid, onderdeel c, genoemde aanvulling op de tegemoetkoming voor woon-werkverkeer belastingvrij mag worden vergoed.
3. Van een aanspraak als genoemd in het eerste lid kan slechts worden afgezien als deze aanspraak nog niet tot uitbetaling is gekomen.
4. Voor zover de fiscale bepalingen dit mogelijk maken kan de gevraagde belastingvrije vergoeding in een keer worden uitbetaald voorafgaande aan het moment waarop de ingezette aanspraken tot uitbetaling zouden zijn gekomen.
5. De ambtenaar dient bij de in het eerste lid bedoelde aanvraag bewijsstukken te overleggen waaruit blijkt dat de kosten waarvoor die vergoeding is verstrekt daadwerkelijk zijn gemaakt.
a. maximaal 10% van het jaarsalaris;
b. de vergoeding voor meer uren werken, bedoeld in artikel 3;
c. de vergoeding voor het verlagen van de jaarlijkse aanspraak op bovenwettelijke vakantie-uren, bedoeld in artikel 23b van het ARAR;
d. de vergoeding voor het verlagen van de aanspraak op vakantie-uren die vóór 1 januari 2016 is ontstaan als bedoeld in artikel 129a van het ARAR;
e. de vakantie-uitkering;
f. de eindejaarsuitkering, mits deze wordt ingezet voor de bestemmingsmogelijkheid, genoemd in het tweede lid, onder h.
2. Voor zover de geldende fiscale bepalingen dit mogelijk maken zijn de belastingvrije bestemmingsmogelijkheden:
a. bedrijfsfitness;
b. een fiets voor het woon-werkverkeer, inclusief fietsaccessoires, en een fietsverzekering;
c. de inrichting van een telewerkruimte;
d. vakliteratuur;
e. een studie/opleiding voor een beroep;
f. openbaar vervoerbewijzen die mede voor het werk worden gebruikt;
g. vakbondscontributies;
h. een aanvulling op de tegemoetkoming voor woon-werkverkeer bij of krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989 tot maximaal het verschil tussen het bedrag van de tegemoetkoming en het bedrag dat voor de in artikel 6a, vierde lid, onderdeel c, genoemde aanvulling op de tegemoetkoming voor woon-werkverkeer belastingvrij mag worden vergoed.
3. Van een aanspraak als genoemd in het eerste lid kan slechts worden afgezien als deze aanspraak nog niet tot uitbetaling is gekomen.
4. Voor zover de fiscale bepalingen dit mogelijk maken kan de gevraagde belastingvrije vergoeding in een keer worden uitbetaald voorafgaande aan het moment waarop de ingezette aanspraken tot uitbetaling zouden zijn gekomen.
5. De ambtenaar dient bij de in het eerste lid bedoelde aanvraag bewijsstukken te overleggen waaruit blijkt dat de kosten waarvoor die vergoeding is verstrekt daadwerkelijk zijn gemaakt.