BWBR0015799
Geldig vanaf 2016-12-08
Artikel 3
IKAP-Regeling rijkspersoneel
1. De ambtenaar kan een aanvraag indienen om in een bepaalde periode meer uren te werken dan de voor hem geldende arbeidsduur. Het aantal meer te werken uren is maximaal 100 uur per kalenderjaar. Bij een onvolledige arbeidsduur geldt een naar evenredigheid vastgesteld lager aantal hele uren als maximum. De uitkomst wordt zo nodig afgerond op hele uren naar boven. Het totaal van de arbeidsduur en het ingevolge dit lid toegewezen aantal meer te werken uren bedraagt niet meer dan gemiddeld 40 uur per week. Voor dezelfde periode kan niet een tweede aanvraag om nog meer uren te mogen werken worden ingediend.
2. Per meer gewerkt uur ontvangt de ambtenaar een vergoeding. De vergoeding wordt uitbetaald vóór of bij aanvang van de periode waarin de ambtenaar meer uren werkt.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaar:
a. wiens gemiddelde wekelijkse werktijd op grond van artikel 21a van het ARAR is teruggebracht;
b. die op grond van artikel 33g van het ARAR ouderschapsverlof geniet;
c. die buitengewoon verlof van lange duur geniet.
2. Per meer gewerkt uur ontvangt de ambtenaar een vergoeding. De vergoeding wordt uitbetaald vóór of bij aanvang van de periode waarin de ambtenaar meer uren werkt.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaar:
a. wiens gemiddelde wekelijkse werktijd op grond van artikel 21a van het ARAR is teruggebracht;
b. die op grond van artikel 33g van het ARAR ouderschapsverlof geniet;
c. die buitengewoon verlof van lange duur geniet.