BWBR0015799
Geldig vanaf 2016-12-08
Artikel 2
IKAP-Regeling rijkspersoneel
1. De ambtenaar maakt zijn keuze(n) in het kader van IKAP kenbaar door middel van een aanvraag. De aanvraag wordt ingediend op een door het bevoegd gezag aangegeven wijze.
2. De ambtenaar kan zijn keuze(n) maandelijks kenbaar maken.
3. De aanvraag dient te worden ingediend uiterlijk vóór de eerste dag van de tweede maand die voorafgaat aan de maand waarin aan de keuze uitvoering moet worden gegeven. Het bevoegd gezag kan toestaan dat de aanvraag na genoemd tijdstip wordt ingediend.
4. Als de aanvraag betrekking heeft op een bepaalde periode dient in de aanvraag de desbetreffende periode in hele kalendermaanden te worden aangegeven.
5. Een gemaakte keuze dient binnen het kalenderjaar te zijn gerealiseerd.
6. De ambtenaar kan binnen een kalenderjaar niet kiezen:
a. voor zowel meer uren werken, bedoeld in artikel 3, als voor minder uren werken, bedoeld in artikel 4;
b. voor zowel minder uren werken, bedoeld in artikel 4, als voor verlaging van de aanspraak op bovenwettelijke vakantie-uren, bedoeld in artikel 23b ARAR.
7. Het bevoegd gezag kent de aanvraag toe, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich tegen honorering van de aanvraag verzet.
8. Op een gehonoreerde aanvraag kan gedurende de periode waarop deze betrekking heeft niet meer worden teruggekomen.
9. De vergoeding voor meer uren werken, bedoeld in artikel 3, alsmede de inhouding voor minder uren werken, bedoeld in artikel 4, worden berekend op basis van het salaris per uur dat de ambtenaar geniet op de peildatum. Eventuele aanpassingen van het salaris met terugwerkende kracht naar een datum op of voor de peildatum hebben geen invloed op het per de peildatum vastgestelde salaris per uur.
2. De ambtenaar kan zijn keuze(n) maandelijks kenbaar maken.
3. De aanvraag dient te worden ingediend uiterlijk vóór de eerste dag van de tweede maand die voorafgaat aan de maand waarin aan de keuze uitvoering moet worden gegeven. Het bevoegd gezag kan toestaan dat de aanvraag na genoemd tijdstip wordt ingediend.
4. Als de aanvraag betrekking heeft op een bepaalde periode dient in de aanvraag de desbetreffende periode in hele kalendermaanden te worden aangegeven.
5. Een gemaakte keuze dient binnen het kalenderjaar te zijn gerealiseerd.
6. De ambtenaar kan binnen een kalenderjaar niet kiezen:
a. voor zowel meer uren werken, bedoeld in artikel 3, als voor minder uren werken, bedoeld in artikel 4;
b. voor zowel minder uren werken, bedoeld in artikel 4, als voor verlaging van de aanspraak op bovenwettelijke vakantie-uren, bedoeld in artikel 23b ARAR.
7. Het bevoegd gezag kent de aanvraag toe, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich tegen honorering van de aanvraag verzet.
8. Op een gehonoreerde aanvraag kan gedurende de periode waarop deze betrekking heeft niet meer worden teruggekomen.
9. De vergoeding voor meer uren werken, bedoeld in artikel 3, alsmede de inhouding voor minder uren werken, bedoeld in artikel 4, worden berekend op basis van het salaris per uur dat de ambtenaar geniet op de peildatum. Eventuele aanpassingen van het salaris met terugwerkende kracht naar een datum op of voor de peildatum hebben geen invloed op het per de peildatum vastgestelde salaris per uur.