BWBR0015764
Geldig vanaf 2004-01-28
Artikel 40
Kaderwet diervoeders
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur dan wel bij door Onze Minister ter uitvoering van deze wet gestelde regelen van algemene aard kan medewerking worden gevorderd van het bestuur van een productschap of een bedrijfschap als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002058/artikel/66" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 66 van de Wet op de bedrijfsorganisatie</a>. Daarbij kunnen tevens de ingevolge het bepaalde bij of krachtens deze wet aan Onze Minister toekomende bevoegdheden tot het nemen van besluiten en tot het vaststellen van regels of nadere regels, alsmede aan Onze Minister opgedragen taken worden overgedragen.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde medewerking bestaat uit het stellen van regelen of nadere regelen bij verordening, behoeft zodanige verordening de goedkeuring van Onze Minister. Krachtens de verordening vastgestelde nadere voorschriften en genomen besluiten behoeven, voorzover zulks bij de algemene maatregel van bestuur of regelen, bedoeld in het eerste lid, is bepaald, de goedkeuring van de daarbij aangewezen autoriteit.
3. Verordeningen, bedoeld in het tweede lid, kunnen onder meer inhouden toekenning aan een daarbij aan te wijzen orgaan van de bevoegdheid vrijstelling, en op aanvrage, ontheffing van die verordeningen of krachtens deze vast te stellen voorschriften te verlenen.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde medewerking bestaat uit het stellen van regelen of nadere regelen bij verordening, behoeft zodanige verordening de goedkeuring van Onze Minister. Krachtens de verordening vastgestelde nadere voorschriften en genomen besluiten behoeven, voorzover zulks bij de algemene maatregel van bestuur of regelen, bedoeld in het eerste lid, is bepaald, de goedkeuring van de daarbij aangewezen autoriteit.
3. Verordeningen, bedoeld in het tweede lid, kunnen onder meer inhouden toekenning aan een daarbij aan te wijzen orgaan van de bevoegdheid vrijstelling, en op aanvrage, ontheffing van die verordeningen of krachtens deze vast te stellen voorschriften te verlenen.