BWBR0015764
Geldig vanaf 2004-01-28
Artikel 4
Kaderwet diervoeders
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake van diervoeders regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de bereiding, de be- of verwerking, het verpakken, het bewaren, het vervoeren, het vervoederen en het in het verkeer brengen;
b. de hoedanigheid;
c. de verpakking;
d. de aanduidingen op of bij verpakkingen dan wel op de een zending of partij begeleidende documenten.
2. Diervoeders met een bijzonder voedingsdoel zijn door hun aard of samenstelling geschikt voor het bijzonder voedingsdoel waarvoor zij bestemd zijn.
3. Het is verboden diervoeders met andere dan bij communautaire maatregel aangewezen bijzondere voedingsdoelen voorhanden of in voorraad te hebben of in het verkeer te brengen.
a. de bereiding, de be- of verwerking, het verpakken, het bewaren, het vervoeren, het vervoederen en het in het verkeer brengen;
b. de hoedanigheid;
c. de verpakking;
d. de aanduidingen op of bij verpakkingen dan wel op de een zending of partij begeleidende documenten.
2. Diervoeders met een bijzonder voedingsdoel zijn door hun aard of samenstelling geschikt voor het bijzonder voedingsdoel waarvoor zij bestemd zijn.
3. Het is verboden diervoeders met andere dan bij communautaire maatregel aangewezen bijzondere voedingsdoelen voorhanden of in voorraad te hebben of in het verkeer te brengen.