BWBR0015764
Geldig vanaf 2004-01-28
Artikel 34
Kaderwet diervoeders
1. Het is degene die bedrijfsmatig dieren houdt verboden om door Onze Minister aangewezen substanties voorhanden of in voorraad te hebben, te vervoederen of anderszins oraal toe te dienen.
2. Ingevolge het eerste lid kunnen slechts worden aangewezen, substanties die:
a. als grondstof voor toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen, voormengsels of diervoeders kunnen dienen, of
b. in een communautaire maatregel zijn aangewezen.
2. Ingevolge het eerste lid kunnen slechts worden aangewezen, substanties die:
a. als grondstof voor toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen, voormengsels of diervoeders kunnen dienen, of
b. in een communautaire maatregel zijn aangewezen.