BWBR0015764
Geldig vanaf 2004-01-28
Artikel 21
Kaderwet diervoeders
1. Onze Minister kan bepalen dat bij het toezicht dan wel de douanecontrole op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet rekening wordt gehouden met:
a. de deelname aan een door Onze Minister erkend samenhangend stelsel van voorzorgsmaatregelen en daarop gerichte keuringen met betrekking tot de gezondheid en deugdelijkheid van toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen, voormengsels of diervoeders, dat is gericht op de verschillende bij de bereiding en het in het verkeer brengen betrokken ondernemingen, of
b. de toepassing van een door Onze Minister erkend bedrijfscontrolesysteem.
2. Indien aan het eerste lid, onderdeel a of b, toepassing wordt gegeven, stelt Onze Minister regelen omtrent de voorwaarden voor erkenning van een zodanig stelsel, onderscheidenlijk systeem, de aanvraag tot erkenning, de duur van de erkenning, de wijze van mededeling van een besluit inzake erkenning en omtrent de wijziging, verlenging, weigering, schorsing of intrekking van een erkenning.
a. de deelname aan een door Onze Minister erkend samenhangend stelsel van voorzorgsmaatregelen en daarop gerichte keuringen met betrekking tot de gezondheid en deugdelijkheid van toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen, voormengsels of diervoeders, dat is gericht op de verschillende bij de bereiding en het in het verkeer brengen betrokken ondernemingen, of
b. de toepassing van een door Onze Minister erkend bedrijfscontrolesysteem.
2. Indien aan het eerste lid, onderdeel a of b, toepassing wordt gegeven, stelt Onze Minister regelen omtrent de voorwaarden voor erkenning van een zodanig stelsel, onderscheidenlijk systeem, de aanvraag tot erkenning, de duur van de erkenning, de wijze van mededeling van een besluit inzake erkenning en omtrent de wijziging, verlenging, weigering, schorsing of intrekking van een erkenning.