BWBR0014994
Geldig vanaf 2003-05-24
Artikel 6
Regeling Inspectie van het onderwijs
1. De inspecteur-generaal draagt zorg voor de bedrijfsvoering.
2. De inspecteur-generaal heeft mandaat om besluiten te nemen en stukken af te doen en te ondertekenen die ten aanzien van de bedrijfsvoering of anderszins voortvloeiend uit diens functie noodzakelijk zijn, onverminderd de Organisatie- en mandaatregeling OCenW met dien verstande dat, waar in die regeling bevoegdheden betreffende functies tot en met schaal 12 onderscheidenlijk 13, worden toegekend, voor de inspecteur-generaal die bevoegdheden gelden tot en met schaal 14.
3. De inspectie maakt met de secretaris-generaal nadere afspraken over de activiteiten die noodzakelijk zijn voor en samenhangen met de personeelsvoorziening en het personeelsbeleid, daaronder begrepen de toepassing van rechtspositionele regelingen. Deze afspraken worden vastgelegd in het managementcontract.
2. De inspecteur-generaal heeft mandaat om besluiten te nemen en stukken af te doen en te ondertekenen die ten aanzien van de bedrijfsvoering of anderszins voortvloeiend uit diens functie noodzakelijk zijn, onverminderd de Organisatie- en mandaatregeling OCenW met dien verstande dat, waar in die regeling bevoegdheden betreffende functies tot en met schaal 12 onderscheidenlijk 13, worden toegekend, voor de inspecteur-generaal die bevoegdheden gelden tot en met schaal 14.
3. De inspectie maakt met de secretaris-generaal nadere afspraken over de activiteiten die noodzakelijk zijn voor en samenhangen met de personeelsvoorziening en het personeelsbeleid, daaronder begrepen de toepassing van rechtspositionele regelingen. Deze afspraken worden vastgelegd in het managementcontract.