BWBR0014994
Geldig vanaf 2003-05-24
Artikel 13
Regeling Inspectie van het onderwijs
1. De werkzaamheden uit het jaarwerkplan, inclusief aanvullende werkzaamheden op verzoek van de minister, dienen binnen de voor de inspectie opgenomen gelden in de rijksbegroting voor het ministerie te worden uitgevoerd, tenzij andere afspraken zijn gemaakt met de secretaris-generaal.
2. De inspectie legt jaarlijks voor 1 augustus het concept- bestedingsplan voor het komende begrotingsjaar voor aan de secretaris-generaal. Het concept-bestedingsplan sluit aan bij de activiteiten die zijn opgenomen in het jaarwerkplan voor het komende kalenderjaar.
3. De secretaris-generaal stelt het bestedingsplan voor het komende jaar voor 1 december vast.
4. De inspectie besteedt de beschikbaar gestelde budgetten naar eigen inzicht, met inachtneming van de Comptabiliteitswet, de voor het ministerie geldende interne regelingen en, indien van toepassing, specifieke afspraken die daarover met de inspectie zijn gemaakt.
5. De secretaris-generaal deelt jaarlijks voor 1 februari het definitieve budget van het afgelopen kalenderjaar mee aan de inspectie.
2. De inspectie legt jaarlijks voor 1 augustus het concept- bestedingsplan voor het komende begrotingsjaar voor aan de secretaris-generaal. Het concept-bestedingsplan sluit aan bij de activiteiten die zijn opgenomen in het jaarwerkplan voor het komende kalenderjaar.
3. De secretaris-generaal stelt het bestedingsplan voor het komende jaar voor 1 december vast.
4. De inspectie besteedt de beschikbaar gestelde budgetten naar eigen inzicht, met inachtneming van de Comptabiliteitswet, de voor het ministerie geldende interne regelingen en, indien van toepassing, specifieke afspraken die daarover met de inspectie zijn gemaakt.
5. De secretaris-generaal deelt jaarlijks voor 1 februari het definitieve budget van het afgelopen kalenderjaar mee aan de inspectie.