BWBR0014994
Geldig vanaf 2003-05-24
Artikel 4
Regeling Inspectie van het onderwijs
1. Inspectieproducten worden met inachtneming van de Wet openbaarheid van bestuur door de inspectie openbaar gemaakt voor zover de aard van het onderzoek zich daartegen niet verzet.
2. De secretaris-generaal wordt ten minste 10 werkdagen voor een voornemen tot publicatie van of tot publiciteit over een inspectieproduct dat niet in opdracht van de minister is opgesteld, daarvan in kennis gesteld. Bij een rapportage over een onderzoek als bedoeld in artikel 11 van de Wet op het onderwijstoezicht, is de eerste volzin slechts van toepassing indien het in de rede ligt dat een rapportage leidt tot publiciteit.
3. De inspectie stelt een inspectieproduct dat is opgesteld in opdracht van de minister, voor publicatie en publiciteit beschikbaar aan de minister. De inspectie reikt de minister een voorstel aan omtrent publicatie en publiciteit. De minister bepaalt wanneer en in welke vorm publicatie en publiciteit plaatsvindt alsmede of publicatie gepaard gaat met een reactie van de minister. Met de inspectie zal overleg worden gepleegd over het moment en de wijze van publiceren.
4. Indien een inspectieproduct als bedoeld in het derde lid, niet binnen een maand nadat het door de inspectie voor publicatie en publiciteit beschikbaar is gesteld, is gepubliceerd, kan de inspectie na overleg met de secretaris-generaal zelf zorgdragen voor publicatie en publiciteit.
5. In gevallen waarbij publiciteit in de rede ligt en waarin deze regeling niet voorziet, vindt publiciteit pas plaats na overleg tussen de secretaris-generaal en de inspectie.
2. De secretaris-generaal wordt ten minste 10 werkdagen voor een voornemen tot publicatie van of tot publiciteit over een inspectieproduct dat niet in opdracht van de minister is opgesteld, daarvan in kennis gesteld. Bij een rapportage over een onderzoek als bedoeld in artikel 11 van de Wet op het onderwijstoezicht, is de eerste volzin slechts van toepassing indien het in de rede ligt dat een rapportage leidt tot publiciteit.
3. De inspectie stelt een inspectieproduct dat is opgesteld in opdracht van de minister, voor publicatie en publiciteit beschikbaar aan de minister. De inspectie reikt de minister een voorstel aan omtrent publicatie en publiciteit. De minister bepaalt wanneer en in welke vorm publicatie en publiciteit plaatsvindt alsmede of publicatie gepaard gaat met een reactie van de minister. Met de inspectie zal overleg worden gepleegd over het moment en de wijze van publiceren.
4. Indien een inspectieproduct als bedoeld in het derde lid, niet binnen een maand nadat het door de inspectie voor publicatie en publiciteit beschikbaar is gesteld, is gepubliceerd, kan de inspectie na overleg met de secretaris-generaal zelf zorgdragen voor publicatie en publiciteit.
5. In gevallen waarbij publiciteit in de rede ligt en waarin deze regeling niet voorziet, vindt publiciteit pas plaats na overleg tussen de secretaris-generaal en de inspectie.