BWBR0014994
Geldig vanaf 2003-05-24
Artikel 2
Regeling Inspectie van het onderwijs
1. De inspectie richt haar werkzaamheden in op basis van een jaarwerkplan.
2. In het jaarwerkplan wordt in ieder geval een relatie gelegd met de onderscheiden beleidsgebieden waaraan de inspectie in het onderwijsverslag van het betreffende kalenderjaar specifieke aandacht zal besteden.
3. De minister kan de inspectie opdragen aanvullende werkzaamheden te verrichten. In overleg met de inspectie wordt zo nodig bezien wat de gevolgen daarvan zijn voor de uitvoering van het jaarwerkplan.
4. Over de inhoud van het jaarwerkplan pleegt de inspectie overleg met de secretaris-generaal. Ten behoeve van dit overleg legt de inspectie de minister jaarlijks voor 1 juli een concept-jaarwerkplan voor. De inspectie stelt het jaarwerkplan uiterlijk in de eerste week van augustus vast. Het jaarwerkplan behoeft de goedkeuring van de minister.
5. De minister zendt wijzigingen van het jaarwerkplan aan de Staten-Generaal.
2. In het jaarwerkplan wordt in ieder geval een relatie gelegd met de onderscheiden beleidsgebieden waaraan de inspectie in het onderwijsverslag van het betreffende kalenderjaar specifieke aandacht zal besteden.
3. De minister kan de inspectie opdragen aanvullende werkzaamheden te verrichten. In overleg met de inspectie wordt zo nodig bezien wat de gevolgen daarvan zijn voor de uitvoering van het jaarwerkplan.
4. Over de inhoud van het jaarwerkplan pleegt de inspectie overleg met de secretaris-generaal. Ten behoeve van dit overleg legt de inspectie de minister jaarlijks voor 1 juli een concept-jaarwerkplan voor. De inspectie stelt het jaarwerkplan uiterlijk in de eerste week van augustus vast. Het jaarwerkplan behoeft de goedkeuring van de minister.
5. De minister zendt wijzigingen van het jaarwerkplan aan de Staten-Generaal.