BWBR0014994
Geldig vanaf 2003-05-24
Artikel 10
Regeling Inspectie van het onderwijs
1. De inspectie organiseert het toezicht op het onderwijs op zodanige wijze, dat dit leidt tot verantwoorde uitoefening van het toezicht.
2. Het uitvoeren van het eerste lid omvat mede de systematische bewaking, beheersing en zonodig verbetering van de kwaliteit van het toezicht.
3. Ter uitvoering van het eerste lid draagt de inspectie zorg voor:
a. het op systematische wijze verzamelen en registreren van gegevens betreffende de kwaliteit van het toezicht, waaronder opvattingen van betrokkenen bij het onderwijs over de toezichtuitoefening door de inspectie,
b. het aan de hand van de gegevens, bedoeld onder a, op systematische wijze toetsen in hoeverre de wijze van de uitvoering van het eerste lid leidt tot verantwoorde toezichtuitoefening, en
c. het op basis van de uitkomst van de toetsing, bedoeld onder b, voorzover er geen sprake is van verantwoorde toezichtuitoefening, veranderen van de wijze waarop het toezicht is georganiseerd.
4. De toetsing, bedoeld in het derde lid, onder b, geschiedt mede door onafhankelijke deskundigen.
2. Het uitvoeren van het eerste lid omvat mede de systematische bewaking, beheersing en zonodig verbetering van de kwaliteit van het toezicht.
3. Ter uitvoering van het eerste lid draagt de inspectie zorg voor:
a. het op systematische wijze verzamelen en registreren van gegevens betreffende de kwaliteit van het toezicht, waaronder opvattingen van betrokkenen bij het onderwijs over de toezichtuitoefening door de inspectie,
b. het aan de hand van de gegevens, bedoeld onder a, op systematische wijze toetsen in hoeverre de wijze van de uitvoering van het eerste lid leidt tot verantwoorde toezichtuitoefening, en
c. het op basis van de uitkomst van de toetsing, bedoeld onder b, voorzover er geen sprake is van verantwoorde toezichtuitoefening, veranderen van de wijze waarop het toezicht is georganiseerd.
4. De toetsing, bedoeld in het derde lid, onder b, geschiedt mede door onafhankelijke deskundigen.