BWBR0014943
Geldig vanaf 06-07-2003
Artikel 8
Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen 2003
Indien wordt afgerekend op basis van geslacht gewicht, moeten de volgende voorschriften in acht worden genomen:
1. De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht de weging van alle op zijn bedrijf aangevoerde slachtrunderen in volgorde van aankomst en uiterlijk binnen 4 uur na het tijdstip van lossen, met inachtneming van het in de volgende leden bepaalde, te doen plaatsvinden.
2. a. De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht te verwijderen voorafgaand aan de weging van het geslachte slachtrund, de onderpoten afgesneden tussen het pijpbeen en het tarsaal respectievelijk carpaal gewricht, de kop afgesneden langs de onderkaak en tussen het achterhoofdsbeen en de eerste halswervel, de halszwezerik, de huid, de prostaat, de pezerik, de milt, het aarseinde en het uiervet, het zakvet, het stuitvet en het vangvet, het hartzakje, de inhoud van de borst- en buikholte, daaronder niet begrepen het longhaasje, de lever, de nieren en het niervet, het middenrif, het slotvet en de aorta voor zover vergroeid met de ruggenwervels.
b. De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht ervoor te zorgen, dat bij het verwijderen van onder a., bedoelde delen geen afsnijding van aangrenzend vlees of vet plaatsvindt, met uitzondering van het uiervet, dat mag worden verwijderd tot aan het buikzeen.
c. Indien ten gevolge van een beslissing op grond van het bij of krachtens de Vleeskeuringswet of de Veewet bepaalde vóór de weging meer moet worden verwijderd dan op grond van het bepaalde onder a. en b. is toegestaan, is de be- of verwerker van slachtrunderen behoudens het onder d. bepaalde verplicht het afgesneden gewicht van dat meerdere in aanmerking te nemen bij de vaststelling van het gewicht.
d. Indien op grond van een afkeuring als bedoeld onder c, levers onderscheidenlijk nieren worden afgekeurd, dan wel levers onderscheidenlijk nieren om andere redenen niet worden meegewogen, moet het op het (de) in artikel 11, bedoelde weegbriefje/weeglijst afgedrukte gewicht worden vermeerderd met de door het bestuur, na advies van de Adviescommissie kalveren, vastgestelde correctiefactoren.
e. Bij het slachten volgens de Israëlitische ritus of volgens de Islamitische ritus is de be- of verwerker van slachtrunderen verplicht een door de controlerende instantie namen het productschap te bepalen correctiefactor toe te passen op het warm geslacht gewicht van elk ritueel geslacht slachtrund, voorzover de rituele slachting systematisch afwijkingen vertoont van de in deze overeenkomst voorgeschreven slachtwijze.
f. Indien door de toezichthoudende instantie geconstateerd is dat voor de weging meer wordt verwijderd dan op grond van het bepaalde onder a en b, is toegestaan, is de be- of verwerker van slachtrunderen, onverminderd het bepaalde onder c, d, en e, verplicht op het warm geslacht gewicht een door de classificateur vastgestelde correctiefactor conform de door hem te geven aanwijzingen toe te passen. Indien door het bestuur op grond van het bepaalde onder g, voor bepaalde onderdelen correctiefactoren zijn vastgesteld, worden deze gehanteerd.
g. Het bestuur kan, na advies van de Adviescommissie kalveren, voor andere onderdelen van het slachtrund dan genoemd onder d, correctiefactoren vaststellen.
a. De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht te verwijderen voorafgaand aan de weging van het geslachte slachtrund, de onderpoten afgesneden tussen het pijpbeen en het tarsaal respectievelijk carpaal gewricht, de kop afgesneden langs de onderkaak en tussen het achterhoofdsbeen en de eerste halswervel, de halszwezerik, de huid, de prostaat, de pezerik, de milt, het aarseinde en het uiervet, het zakvet, het stuitvet en het vangvet, het hartzakje, de inhoud van de borst- en buikholte, daaronder niet begrepen het longhaasje, de lever, de nieren en het niervet, het middenrif, het slotvet en de aorta voor zover vergroeid met de ruggenwervels.
b. De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht ervoor te zorgen, dat bij het verwijderen van onder a., bedoelde delen geen afsnijding van aangrenzend vlees of vet plaatsvindt, met uitzondering van het uiervet, dat mag worden verwijderd tot aan het buikzeen.
c. Indien ten gevolge van een beslissing op grond van het bij of krachtens de Vleeskeuringswet of de Veewet bepaalde vóór de weging meer moet worden verwijderd dan op grond van het bepaalde onder a. en b. is toegestaan, is de be- of verwerker van slachtrunderen behoudens het onder d. bepaalde verplicht het afgesneden gewicht van dat meerdere in aanmerking te nemen bij de vaststelling van het gewicht.
d. Indien op grond van een afkeuring als bedoeld onder c, levers onderscheidenlijk nieren worden afgekeurd, dan wel levers onderscheidenlijk nieren om andere redenen niet worden meegewogen, moet het op het (de) in artikel 11, bedoelde weegbriefje/weeglijst afgedrukte gewicht worden vermeerderd met de door het bestuur, na advies van de Adviescommissie kalveren, vastgestelde correctiefactoren.
e. Bij het slachten volgens de Israëlitische ritus of volgens de Islamitische ritus is de be- of verwerker van slachtrunderen verplicht een door de controlerende instantie namen het productschap te bepalen correctiefactor toe te passen op het warm geslacht gewicht van elk ritueel geslacht slachtrund, voorzover de rituele slachting systematisch afwijkingen vertoont van de in deze overeenkomst voorgeschreven slachtwijze.
f. Indien door de toezichthoudende instantie geconstateerd is dat voor de weging meer wordt verwijderd dan op grond van het bepaalde onder a en b, is toegestaan, is de be- of verwerker van slachtrunderen, onverminderd het bepaalde onder c, d, en e, verplicht op het warm geslacht gewicht een door de classificateur vastgestelde correctiefactor conform de door hem te geven aanwijzingen toe te passen. Indien door het bestuur op grond van het bepaalde onder g, voor bepaalde onderdelen correctiefactoren zijn vastgesteld, worden deze gehanteerd.
g. Het bestuur kan, na advies van de Adviescommissie kalveren, voor andere onderdelen van het slachtrund dan genoemd onder d, correctiefactoren vaststellen.
3. De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht de geslachte slachtrunderen binnen 45 minuten na de eerste handeling die plaatsvindt nadat de slachthaak in het karkas gestoken is te wegen of doen wegen.
4. a. Bij de weging moet gebruik worden gemaakt van een krachtens de IJkwet goedgekeurd weegwerktuig, voorzien van een schaalverdeling met een afleeseenheid van ten hoogste 200 gram en van een automatische, elektrisch bediende afdrukinrichting met een afdrukeenheid van ten hoogste 200 gram - waarbij die afdrukinrichting per individuele weging het tijdstip - in minuten en uren - de datum der weging en het individuele merk of het volgnummer moet afdrukken -, terwijl het weegwerktuig met de haak tezamen in ledige toestand de nulstand moet aangeven. De gebruikte haken moeten van hetzelfde gewicht zijn. De afwijking van het weegwerktuig, inclusief die van de afdrukinrichting mag niet meer bedragen dan één afleeseenheid.
b. De be- of verwerker is verplicht om, ten behoeve van herweging door de toezichthoudende instantie, te beschikken over een voorziening om de slachtrunderen na het tijdstip van weging en voor de koeling uit te railen. Van het voor herweging aangewezen slachtrund mag tot na de herweging niets worden afgesneden.
c. In een frequentie van ten minste eenmaal per drie jaar dienen het weegwerktuig en de toetsgewichten gecontroleerd te worden door een daartoe erkende instantie.
d. Indien er tijdens de controle van de toetsgewichten een afwijking geconstateerd wordt, dienen de toetsgewichten gejusteerd te worden.
a. Bij de weging moet gebruik worden gemaakt van een krachtens de IJkwet goedgekeurd weegwerktuig, voorzien van een schaalverdeling met een afleeseenheid van ten hoogste 200 gram en van een automatische, elektrisch bediende afdrukinrichting met een afdrukeenheid van ten hoogste 200 gram - waarbij die afdrukinrichting per individuele weging het tijdstip - in minuten en uren - de datum der weging en het individuele merk of het volgnummer moet afdrukken -, terwijl het weegwerktuig met de haak tezamen in ledige toestand de nulstand moet aangeven. De gebruikte haken moeten van hetzelfde gewicht zijn. De afwijking van het weegwerktuig, inclusief die van de afdrukinrichting mag niet meer bedragen dan één afleeseenheid.
b. De be- of verwerker is verplicht om, ten behoeve van herweging door de toezichthoudende instantie, te beschikken over een voorziening om de slachtrunderen na het tijdstip van weging en voor de koeling uit te railen. Van het voor herweging aangewezen slachtrund mag tot na de herweging niets worden afgesneden.
c. In een frequentie van ten minste eenmaal per drie jaar dienen het weegwerktuig en de toetsgewichten gecontroleerd te worden door een daartoe erkende instantie.
d. Indien er tijdens de controle van de toetsgewichten een afwijking geconstateerd wordt, dienen de toetsgewichten gejusteerd te worden.
5. Voor de geslachte weging mogen op generlei wijze methoden dan wel technieken worden toegepast, ten gevolge waarvan een meer dan normale verlaging van het karkasgewicht anders dan via het natuurlijke verdampingsproces zou kunnen worden gerealiseerd.
6. Het is de be- of verwerker van slachtrunderen, die slachtrunderen geslacht weegt of doet wegen, onverlet het in deze verordening bepaalde, verboden enigerlei handeling te verrichten waardoor het gewicht van de te wegen slachtrunderen kan verminderen.
7. Ter verkrijging van het koud geslacht gewicht geldt voor ieder geslacht slachtrund afzonderlijk, dan wel voor ieder per leverancier geleverd koppel, dat: a. bij de afrekening ter zake van het overeenkomstig het in de voorgaande leden bepaalde gewicht geen administratieve afronding mag plaatsvinden;
b. op het gewicht, dat met inachtneming van het onder a, bepaalde is vastgesteld, een korting van 2% wordt toegepast.
a. bij de afrekening ter zake van het overeenkomstig het in de voorgaande leden bepaalde gewicht geen administratieve afronding mag plaatsvinden;
b. op het gewicht, dat met inachtneming van het onder a, bepaalde is vastgesteld, een korting van 2% wordt toegepast.
8. Indien het in het derde lid gestelde voorschrift niet is nageleefd, moet de be- of verwerker van slachtrunderen het, overeenkomstig de bepalingen in dit artikel vastgestelde warm gewicht van het desbetreffende slachtrund, vermeerderen met 1 kg.
1. De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht de weging van alle op zijn bedrijf aangevoerde slachtrunderen in volgorde van aankomst en uiterlijk binnen 4 uur na het tijdstip van lossen, met inachtneming van het in de volgende leden bepaalde, te doen plaatsvinden.
2. a. De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht te verwijderen voorafgaand aan de weging van het geslachte slachtrund, de onderpoten afgesneden tussen het pijpbeen en het tarsaal respectievelijk carpaal gewricht, de kop afgesneden langs de onderkaak en tussen het achterhoofdsbeen en de eerste halswervel, de halszwezerik, de huid, de prostaat, de pezerik, de milt, het aarseinde en het uiervet, het zakvet, het stuitvet en het vangvet, het hartzakje, de inhoud van de borst- en buikholte, daaronder niet begrepen het longhaasje, de lever, de nieren en het niervet, het middenrif, het slotvet en de aorta voor zover vergroeid met de ruggenwervels.
b. De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht ervoor te zorgen, dat bij het verwijderen van onder a., bedoelde delen geen afsnijding van aangrenzend vlees of vet plaatsvindt, met uitzondering van het uiervet, dat mag worden verwijderd tot aan het buikzeen.
c. Indien ten gevolge van een beslissing op grond van het bij of krachtens de Vleeskeuringswet of de Veewet bepaalde vóór de weging meer moet worden verwijderd dan op grond van het bepaalde onder a. en b. is toegestaan, is de be- of verwerker van slachtrunderen behoudens het onder d. bepaalde verplicht het afgesneden gewicht van dat meerdere in aanmerking te nemen bij de vaststelling van het gewicht.
d. Indien op grond van een afkeuring als bedoeld onder c, levers onderscheidenlijk nieren worden afgekeurd, dan wel levers onderscheidenlijk nieren om andere redenen niet worden meegewogen, moet het op het (de) in artikel 11, bedoelde weegbriefje/weeglijst afgedrukte gewicht worden vermeerderd met de door het bestuur, na advies van de Adviescommissie kalveren, vastgestelde correctiefactoren.
e. Bij het slachten volgens de Israëlitische ritus of volgens de Islamitische ritus is de be- of verwerker van slachtrunderen verplicht een door de controlerende instantie namen het productschap te bepalen correctiefactor toe te passen op het warm geslacht gewicht van elk ritueel geslacht slachtrund, voorzover de rituele slachting systematisch afwijkingen vertoont van de in deze overeenkomst voorgeschreven slachtwijze.
f. Indien door de toezichthoudende instantie geconstateerd is dat voor de weging meer wordt verwijderd dan op grond van het bepaalde onder a en b, is toegestaan, is de be- of verwerker van slachtrunderen, onverminderd het bepaalde onder c, d, en e, verplicht op het warm geslacht gewicht een door de classificateur vastgestelde correctiefactor conform de door hem te geven aanwijzingen toe te passen. Indien door het bestuur op grond van het bepaalde onder g, voor bepaalde onderdelen correctiefactoren zijn vastgesteld, worden deze gehanteerd.
g. Het bestuur kan, na advies van de Adviescommissie kalveren, voor andere onderdelen van het slachtrund dan genoemd onder d, correctiefactoren vaststellen.
a. De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht te verwijderen voorafgaand aan de weging van het geslachte slachtrund, de onderpoten afgesneden tussen het pijpbeen en het tarsaal respectievelijk carpaal gewricht, de kop afgesneden langs de onderkaak en tussen het achterhoofdsbeen en de eerste halswervel, de halszwezerik, de huid, de prostaat, de pezerik, de milt, het aarseinde en het uiervet, het zakvet, het stuitvet en het vangvet, het hartzakje, de inhoud van de borst- en buikholte, daaronder niet begrepen het longhaasje, de lever, de nieren en het niervet, het middenrif, het slotvet en de aorta voor zover vergroeid met de ruggenwervels.
b. De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht ervoor te zorgen, dat bij het verwijderen van onder a., bedoelde delen geen afsnijding van aangrenzend vlees of vet plaatsvindt, met uitzondering van het uiervet, dat mag worden verwijderd tot aan het buikzeen.
c. Indien ten gevolge van een beslissing op grond van het bij of krachtens de Vleeskeuringswet of de Veewet bepaalde vóór de weging meer moet worden verwijderd dan op grond van het bepaalde onder a. en b. is toegestaan, is de be- of verwerker van slachtrunderen behoudens het onder d. bepaalde verplicht het afgesneden gewicht van dat meerdere in aanmerking te nemen bij de vaststelling van het gewicht.
d. Indien op grond van een afkeuring als bedoeld onder c, levers onderscheidenlijk nieren worden afgekeurd, dan wel levers onderscheidenlijk nieren om andere redenen niet worden meegewogen, moet het op het (de) in artikel 11, bedoelde weegbriefje/weeglijst afgedrukte gewicht worden vermeerderd met de door het bestuur, na advies van de Adviescommissie kalveren, vastgestelde correctiefactoren.
e. Bij het slachten volgens de Israëlitische ritus of volgens de Islamitische ritus is de be- of verwerker van slachtrunderen verplicht een door de controlerende instantie namen het productschap te bepalen correctiefactor toe te passen op het warm geslacht gewicht van elk ritueel geslacht slachtrund, voorzover de rituele slachting systematisch afwijkingen vertoont van de in deze overeenkomst voorgeschreven slachtwijze.
f. Indien door de toezichthoudende instantie geconstateerd is dat voor de weging meer wordt verwijderd dan op grond van het bepaalde onder a en b, is toegestaan, is de be- of verwerker van slachtrunderen, onverminderd het bepaalde onder c, d, en e, verplicht op het warm geslacht gewicht een door de classificateur vastgestelde correctiefactor conform de door hem te geven aanwijzingen toe te passen. Indien door het bestuur op grond van het bepaalde onder g, voor bepaalde onderdelen correctiefactoren zijn vastgesteld, worden deze gehanteerd.
g. Het bestuur kan, na advies van de Adviescommissie kalveren, voor andere onderdelen van het slachtrund dan genoemd onder d, correctiefactoren vaststellen.
3. De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht de geslachte slachtrunderen binnen 45 minuten na de eerste handeling die plaatsvindt nadat de slachthaak in het karkas gestoken is te wegen of doen wegen.
4. a. Bij de weging moet gebruik worden gemaakt van een krachtens de IJkwet goedgekeurd weegwerktuig, voorzien van een schaalverdeling met een afleeseenheid van ten hoogste 200 gram en van een automatische, elektrisch bediende afdrukinrichting met een afdrukeenheid van ten hoogste 200 gram - waarbij die afdrukinrichting per individuele weging het tijdstip - in minuten en uren - de datum der weging en het individuele merk of het volgnummer moet afdrukken -, terwijl het weegwerktuig met de haak tezamen in ledige toestand de nulstand moet aangeven. De gebruikte haken moeten van hetzelfde gewicht zijn. De afwijking van het weegwerktuig, inclusief die van de afdrukinrichting mag niet meer bedragen dan één afleeseenheid.
b. De be- of verwerker is verplicht om, ten behoeve van herweging door de toezichthoudende instantie, te beschikken over een voorziening om de slachtrunderen na het tijdstip van weging en voor de koeling uit te railen. Van het voor herweging aangewezen slachtrund mag tot na de herweging niets worden afgesneden.
c. In een frequentie van ten minste eenmaal per drie jaar dienen het weegwerktuig en de toetsgewichten gecontroleerd te worden door een daartoe erkende instantie.
d. Indien er tijdens de controle van de toetsgewichten een afwijking geconstateerd wordt, dienen de toetsgewichten gejusteerd te worden.
a. Bij de weging moet gebruik worden gemaakt van een krachtens de IJkwet goedgekeurd weegwerktuig, voorzien van een schaalverdeling met een afleeseenheid van ten hoogste 200 gram en van een automatische, elektrisch bediende afdrukinrichting met een afdrukeenheid van ten hoogste 200 gram - waarbij die afdrukinrichting per individuele weging het tijdstip - in minuten en uren - de datum der weging en het individuele merk of het volgnummer moet afdrukken -, terwijl het weegwerktuig met de haak tezamen in ledige toestand de nulstand moet aangeven. De gebruikte haken moeten van hetzelfde gewicht zijn. De afwijking van het weegwerktuig, inclusief die van de afdrukinrichting mag niet meer bedragen dan één afleeseenheid.
b. De be- of verwerker is verplicht om, ten behoeve van herweging door de toezichthoudende instantie, te beschikken over een voorziening om de slachtrunderen na het tijdstip van weging en voor de koeling uit te railen. Van het voor herweging aangewezen slachtrund mag tot na de herweging niets worden afgesneden.
c. In een frequentie van ten minste eenmaal per drie jaar dienen het weegwerktuig en de toetsgewichten gecontroleerd te worden door een daartoe erkende instantie.
d. Indien er tijdens de controle van de toetsgewichten een afwijking geconstateerd wordt, dienen de toetsgewichten gejusteerd te worden.
5. Voor de geslachte weging mogen op generlei wijze methoden dan wel technieken worden toegepast, ten gevolge waarvan een meer dan normale verlaging van het karkasgewicht anders dan via het natuurlijke verdampingsproces zou kunnen worden gerealiseerd.
6. Het is de be- of verwerker van slachtrunderen, die slachtrunderen geslacht weegt of doet wegen, onverlet het in deze verordening bepaalde, verboden enigerlei handeling te verrichten waardoor het gewicht van de te wegen slachtrunderen kan verminderen.
7. Ter verkrijging van het koud geslacht gewicht geldt voor ieder geslacht slachtrund afzonderlijk, dan wel voor ieder per leverancier geleverd koppel, dat: a. bij de afrekening ter zake van het overeenkomstig het in de voorgaande leden bepaalde gewicht geen administratieve afronding mag plaatsvinden;
b. op het gewicht, dat met inachtneming van het onder a, bepaalde is vastgesteld, een korting van 2% wordt toegepast.
a. bij de afrekening ter zake van het overeenkomstig het in de voorgaande leden bepaalde gewicht geen administratieve afronding mag plaatsvinden;
b. op het gewicht, dat met inachtneming van het onder a, bepaalde is vastgesteld, een korting van 2% wordt toegepast.
8. Indien het in het derde lid gestelde voorschrift niet is nageleefd, moet de be- of verwerker van slachtrunderen het, overeenkomstig de bepalingen in dit artikel vastgestelde warm gewicht van het desbetreffende slachtrund, vermeerderen met 1 kg.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014943
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl