BWBR0014530
Geldig vanaf 2003-12-18
Artikel 41
Regeling geneeskundige verzorging politie 2003
1. De toe te kennen vergoeding of tegemoetkoming kan nooit meer bedragen dan de werkelijke kosten.
2. Indien een in deze regeling opgelegde verplichting niet wordt nageleefd is de Dienst niet tot vergoeding of tegemoetkoming verplicht.
3. Indien de medisch adviseur of de tandheelkundig adviseur van oordeel is dat een verstrekking zonder medische of tandheelkundige noodzaak wordt gegeven of reeds gegeven is, stelt deze zich in verbinding met de betreffende (voorschrijvende) hulpverlener of met de deelnemer. In dat geval kan, indien de bevindingen van de medisch adviseur of van de tandheelkundig adviseur daartoe aanleiding geven, de commissie beslissen dat de vergoeding of tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk niet (meer) zal worden toegekend. Van deze beslissing wordt de deelnemer zo spoedig mogelijk in kennis gesteld.
4. Geen aanspraak op vergoeding of tegemoetkoming in de kosten van geneeskundige behandeling en verzorging kan worden gemaakt, indien:
a. de ziekte of het letsel van de deelnemer of het gezinslid door deze opzettelijk is veroorzaakt of aan diens grove schuld te wijten is;
b. de ziekte of het letsel van de deelnemer of het gezinslid het gevolg is van de beroepsmatige uitoefening van enige vorm van sport;
c. de geneeskundige behandeling en verzorging wordt ondergaan buiten het land van vestiging van de deelnemer of het gezinslid, wanneer de reis naar de plaats van behandeling mede is ondernomen met de bedoeling deze aldaar te ondergaan, tenzij vóór de aanvang van de reis van de deelnemer of het gezinslid een machtiging daartoe is verstrekt en de commissie een beslissing heeft genomen in de zin van artikel 6, derde lid.
5. Indien de deelnemer of een gezinslid zich schuldig maakt aan gedragingen waardoor de genezing wordt belemmerd, kan de commissie bepalen, dat de vergoedingen of tegemoetkomingen niet of slechts gedeeltelijk worden toegekend.
6. Indien de deelnemer of een gezinslid als gevolg van wangedrag uit een ziekenhuis of inrichting, waarin hij is opgenomen, wordt verwijderd, vervallen hierna voor hetzelfde ziektegeval de aanspraken op vergoedingen of tegemoetkomingen voor verpleging en behandeling in een dergelijke inrichting.
2. Indien een in deze regeling opgelegde verplichting niet wordt nageleefd is de Dienst niet tot vergoeding of tegemoetkoming verplicht.
3. Indien de medisch adviseur of de tandheelkundig adviseur van oordeel is dat een verstrekking zonder medische of tandheelkundige noodzaak wordt gegeven of reeds gegeven is, stelt deze zich in verbinding met de betreffende (voorschrijvende) hulpverlener of met de deelnemer. In dat geval kan, indien de bevindingen van de medisch adviseur of van de tandheelkundig adviseur daartoe aanleiding geven, de commissie beslissen dat de vergoeding of tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk niet (meer) zal worden toegekend. Van deze beslissing wordt de deelnemer zo spoedig mogelijk in kennis gesteld.
4. Geen aanspraak op vergoeding of tegemoetkoming in de kosten van geneeskundige behandeling en verzorging kan worden gemaakt, indien:
a. de ziekte of het letsel van de deelnemer of het gezinslid door deze opzettelijk is veroorzaakt of aan diens grove schuld te wijten is;
b. de ziekte of het letsel van de deelnemer of het gezinslid het gevolg is van de beroepsmatige uitoefening van enige vorm van sport;
c. de geneeskundige behandeling en verzorging wordt ondergaan buiten het land van vestiging van de deelnemer of het gezinslid, wanneer de reis naar de plaats van behandeling mede is ondernomen met de bedoeling deze aldaar te ondergaan, tenzij vóór de aanvang van de reis van de deelnemer of het gezinslid een machtiging daartoe is verstrekt en de commissie een beslissing heeft genomen in de zin van artikel 6, derde lid.
5. Indien de deelnemer of een gezinslid zich schuldig maakt aan gedragingen waardoor de genezing wordt belemmerd, kan de commissie bepalen, dat de vergoedingen of tegemoetkomingen niet of slechts gedeeltelijk worden toegekend.
6. Indien de deelnemer of een gezinslid als gevolg van wangedrag uit een ziekenhuis of inrichting, waarin hij is opgenomen, wordt verwijderd, vervallen hierna voor hetzelfde ziektegeval de aanspraken op vergoedingen of tegemoetkomingen voor verpleging en behandeling in een dergelijke inrichting.