BWBR0014530
Geldig vanaf 2003-12-18
Artikel 18
Regeling geneeskundige verzorging politie 2003
1. Onder gehoorhulpmiddelen wordt verstaan:
a. Hoortoestellen: Elektro-akoestische hoortoestellen voor persoonlijk gebruik, in gewone dan wel bijzondere uitvoering, bestemd om op of aan het menselijk lichaam te worden gebruikt, ter verbetering van een gestoord gehoor, alsmede de gehoorlepels of gehoorslangen die het geluid via mechanische weg versterken, waarbij als bijzondere uitvoering van een elektro-akoestisch hoortoestel wordt beschouwd een 1°. cros-uitvoering,
2°. bicros-uitvoering,
3°. beengeleider-uitvoering,
4°. uitvoering met één ingebouwde microfoon en twee aansluitingen,
5°. uitvoering met één uitwendige microfoon met één aansluiting,
6°. uitvoering met één ingebouwde microfoon, één uitwendige microfoon en één aansluiting,
7°. in het schedelbeen verankerde uitvoering;
1°. cros-uitvoering,
2°. bicros-uitvoering,
3°. beengeleider-uitvoering,
4°. uitvoering met één ingebouwde microfoon en twee aansluitingen,
5°. uitvoering met één uitwendige microfoon met één aansluiting,
6°. uitvoering met één ingebouwde microfoon, één uitwendige microfoon en één aansluiting,
7°. in het schedelbeen verankerde uitvoering;
b. Ringleidingen: Ringleidingen bestaande uit snoer en versterker met eventueel een tafelmicrofoon dan wel infrarood-apparatuur voor geluidsoverdracht.
c. Maskeerders bij ernstig oorsuizen.
2. Gehoorhulpmiddelen worden verstrekt indien bij de aanvraag een schriftelijke toelichting met audiogram is gevoegd van een audiologisch centrum of een KNO-arts. Vervanging van oorstukjes en batterijen valt ook onder de verstrekking.
3. De vergoedingen worden, met uitzondering voor oorstukjes en batterijen, slechts eenmaal in een periode van vijf kalenderjaren toegekend. Reparatiekosten worden niet vergoed, indien deze meer dan de helft bedragen van de vervangingswaarde. Ten aanzien van personen die de leeftijd van achttien jaar nog niet bereikt hebben, kan worden afgeweken van de hierboven genoemde termijn van vijf kalenderjaren, indien huisarts of specialist een eerdere vervanging noodzakelijk acht.
4. De vergoeding wordt als volgt berekend:
a. Een ringleiding wordt volledig vergoed. Voor de overige in dit artikel genoemde gehoorhulpmiddelen wordt een tegemoetkoming in de kosten gegeven van 90% met inachtneming van een van de uitvoering afhankelijke bovengrens.
b. Voor eigen rekening van de verzekerde blijven de kosten van een hoortoestel boven het bedrag van € 636.
c. Bij de aanschaf van twee hoortoestellen, een voor het linker en een voor het rechter oor, is de maximale vergoeding € 1272.
d. Indien het toestel is opgenomen in een brilmontuur wordt boven de vergoeding voor het hoortoestel een toeslag gegeven die gelijk is aan de vergoeding voor een brilmontuur.
e. De kosten van de bij de aanschaf van het hoortoestel behorende batterijen, accu's, snoeren en oorstukjes, alsmede van de vervanging van oorstukjes en batterijen worden volledig vergoed.
f. Een maskeerder bij ernstig oorsuizen wordt volledig vergoed.
a. Hoortoestellen: Elektro-akoestische hoortoestellen voor persoonlijk gebruik, in gewone dan wel bijzondere uitvoering, bestemd om op of aan het menselijk lichaam te worden gebruikt, ter verbetering van een gestoord gehoor, alsmede de gehoorlepels of gehoorslangen die het geluid via mechanische weg versterken, waarbij als bijzondere uitvoering van een elektro-akoestisch hoortoestel wordt beschouwd een 1°. cros-uitvoering,
2°. bicros-uitvoering,
3°. beengeleider-uitvoering,
4°. uitvoering met één ingebouwde microfoon en twee aansluitingen,
5°. uitvoering met één uitwendige microfoon met één aansluiting,
6°. uitvoering met één ingebouwde microfoon, één uitwendige microfoon en één aansluiting,
7°. in het schedelbeen verankerde uitvoering;
1°. cros-uitvoering,
2°. bicros-uitvoering,
3°. beengeleider-uitvoering,
4°. uitvoering met één ingebouwde microfoon en twee aansluitingen,
5°. uitvoering met één uitwendige microfoon met één aansluiting,
6°. uitvoering met één ingebouwde microfoon, één uitwendige microfoon en één aansluiting,
7°. in het schedelbeen verankerde uitvoering;
b. Ringleidingen: Ringleidingen bestaande uit snoer en versterker met eventueel een tafelmicrofoon dan wel infrarood-apparatuur voor geluidsoverdracht.
c. Maskeerders bij ernstig oorsuizen.
2. Gehoorhulpmiddelen worden verstrekt indien bij de aanvraag een schriftelijke toelichting met audiogram is gevoegd van een audiologisch centrum of een KNO-arts. Vervanging van oorstukjes en batterijen valt ook onder de verstrekking.
3. De vergoedingen worden, met uitzondering voor oorstukjes en batterijen, slechts eenmaal in een periode van vijf kalenderjaren toegekend. Reparatiekosten worden niet vergoed, indien deze meer dan de helft bedragen van de vervangingswaarde. Ten aanzien van personen die de leeftijd van achttien jaar nog niet bereikt hebben, kan worden afgeweken van de hierboven genoemde termijn van vijf kalenderjaren, indien huisarts of specialist een eerdere vervanging noodzakelijk acht.
4. De vergoeding wordt als volgt berekend:
a. Een ringleiding wordt volledig vergoed. Voor de overige in dit artikel genoemde gehoorhulpmiddelen wordt een tegemoetkoming in de kosten gegeven van 90% met inachtneming van een van de uitvoering afhankelijke bovengrens.
b. Voor eigen rekening van de verzekerde blijven de kosten van een hoortoestel boven het bedrag van € 636.
c. Bij de aanschaf van twee hoortoestellen, een voor het linker en een voor het rechter oor, is de maximale vergoeding € 1272.
d. Indien het toestel is opgenomen in een brilmontuur wordt boven de vergoeding voor het hoortoestel een toeslag gegeven die gelijk is aan de vergoeding voor een brilmontuur.
e. De kosten van de bij de aanschaf van het hoortoestel behorende batterijen, accu's, snoeren en oorstukjes, alsmede van de vervanging van oorstukjes en batterijen worden volledig vergoed.
f. Een maskeerder bij ernstig oorsuizen wordt volledig vergoed.