BWBR0013946
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 8
Regeling bestrijding schadelijke organismen
1. Het is degene die een terrein of perceel in gebruik heeft, verboden een aantasting van Phytophthora te hebben, die als volgt omschreven is:
a. een groep min of meer aaneengesloten, zichtbaar door Phytophthora infestans aangetaste aardappelplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 20m2, minimaal 1.000 (enkelvoudige) blaadjes zijn aangetast door vitale Phytophthora infestans, of
b. verspreid aangetaste aardappelplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 100m2, minimaal 2.000 (enkelvoudige) blaadjes zijn aangetast door vitale Phytophthora infestans.
2. Ingeval van stengelphytophthora telt elke stengel met vitale Phytophthora infestans voor 5 blaadjes.
3. Degene die een terrein of perceel in gebruik heeft neemt maatregelen ter bestrijding van de in het eerste lid bedoelde aantasting.
a. een groep min of meer aaneengesloten, zichtbaar door Phytophthora infestans aangetaste aardappelplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 20m2, minimaal 1.000 (enkelvoudige) blaadjes zijn aangetast door vitale Phytophthora infestans, of
b. verspreid aangetaste aardappelplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 100m2, minimaal 2.000 (enkelvoudige) blaadjes zijn aangetast door vitale Phytophthora infestans.
2. Ingeval van stengelphytophthora telt elke stengel met vitale Phytophthora infestans voor 5 blaadjes.
3. Degene die een terrein of perceel in gebruik heeft neemt maatregelen ter bestrijding van de in het eerste lid bedoelde aantasting.