BWBR0013946
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 2c
Regeling bestrijding schadelijke organismen
Als gevallen als bedoeld in artikel 12b, tweede lid, van het besluit, worden aangewezen:
a. de situatie waarin een teler op een terrein planten, genoemd in bijlage 2, onderdeel 1, teelt, voor zover: 1°. de geoogste pootaardappelen en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde pootaardappelen niet in de handel worden gebracht en uiteindelijk worden gepoot voor de teelt van consumptie- of zetmeelaardappelen, en
2°. de geoogste pootaardappelen en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde pootaardappelen binnen het in bijlage 3 beschreven gebied worden gepoot binnen het bedrijf van de teler;
1°. de geoogste pootaardappelen en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde pootaardappelen niet in de handel worden gebracht en uiteindelijk worden gepoot voor de teelt van consumptie- of zetmeelaardappelen, en
2°. de geoogste pootaardappelen en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde pootaardappelen binnen het in bijlage 3 beschreven gebied worden gepoot binnen het bedrijf van de teler;
b. de situatie waarin een teler op een terrein planten, genoemd in bijlage 2, onderdelen 2, 3 en 4, teelt, voor zover: 1°. de geoogste planten en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde planten niet in de handel worden gebracht en uiteindelijk worden geplant voor de teelt van sierteeltproducten of consumptieve producten, en
2°. de geoogste planten en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde planten binnen het in bijlage 3 beschreven gebied worden geplant binnen het bedrijf van de teler;
1°. de geoogste planten en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde planten niet in de handel worden gebracht en uiteindelijk worden geplant voor de teelt van sierteeltproducten of consumptieve producten, en
2°. de geoogste planten en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde planten binnen het in bijlage 3 beschreven gebied worden geplant binnen het bedrijf van de teler;
c. de situatie waarin een teler op een terrein planten, genoemd in bijlage 2, onderdelen 3 en 4, teelt, voor zover de geoogste planten voordat ze in de handel worden gebracht, onverminderd het bepaalde in de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten, dusdanig worden gespoeld of geborsteld dat de aanhangende grond is verwijderd;
d. de situatie waarin een teler op een perceel ten aanzien waarvan een beslissing op grond van artikel 2 is genomen, planten, genoemd in bijlage 2, onderdelen 3 en 4, teelt, voor zover: 1°. de beslissing op grond van artikel 2 dit toestaat, en
2°. de geoogste planten voordat ze in de handel worden gebracht, onverminderd het bepaalde in de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten, dusdanig worden gespoeld of geborsteld dat de aanhangende grond is verwijderd;
1°. de beslissing op grond van artikel 2 dit toestaat, en
2°. de geoogste planten voordat ze in de handel worden gebracht, onverminderd het bepaalde in de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten, dusdanig worden gespoeld of geborsteld dat de aanhangende grond is verwijderd;
e. de situatie waarin een teler op een terrein planten, genoemd in bijlage 2, onderdeel 4, teelt, voor zover de geoogste planten, onverminderd het bepaalde in de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten, bestemd zijn voor de verkoop aan particuliere eindgebruikers die niet betrokken zijn bij de bedrijfsmatige planten- en snijbloementeelt en deze bestemming op de verpakking van de planten staat aangegeven.
a. de situatie waarin een teler op een terrein planten, genoemd in bijlage 2, onderdeel 1, teelt, voor zover: 1°. de geoogste pootaardappelen en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde pootaardappelen niet in de handel worden gebracht en uiteindelijk worden gepoot voor de teelt van consumptie- of zetmeelaardappelen, en
2°. de geoogste pootaardappelen en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde pootaardappelen binnen het in bijlage 3 beschreven gebied worden gepoot binnen het bedrijf van de teler;
1°. de geoogste pootaardappelen en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde pootaardappelen niet in de handel worden gebracht en uiteindelijk worden gepoot voor de teelt van consumptie- of zetmeelaardappelen, en
2°. de geoogste pootaardappelen en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde pootaardappelen binnen het in bijlage 3 beschreven gebied worden gepoot binnen het bedrijf van de teler;
b. de situatie waarin een teler op een terrein planten, genoemd in bijlage 2, onderdelen 2, 3 en 4, teelt, voor zover: 1°. de geoogste planten en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde planten niet in de handel worden gebracht en uiteindelijk worden geplant voor de teelt van sierteeltproducten of consumptieve producten, en
2°. de geoogste planten en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde planten binnen het in bijlage 3 beschreven gebied worden geplant binnen het bedrijf van de teler;
1°. de geoogste planten en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde planten niet in de handel worden gebracht en uiteindelijk worden geplant voor de teelt van sierteeltproducten of consumptieve producten, en
2°. de geoogste planten en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde planten binnen het in bijlage 3 beschreven gebied worden geplant binnen het bedrijf van de teler;
c. de situatie waarin een teler op een terrein planten, genoemd in bijlage 2, onderdelen 3 en 4, teelt, voor zover de geoogste planten voordat ze in de handel worden gebracht, onverminderd het bepaalde in de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten, dusdanig worden gespoeld of geborsteld dat de aanhangende grond is verwijderd;
d. de situatie waarin een teler op een perceel ten aanzien waarvan een beslissing op grond van artikel 2 is genomen, planten, genoemd in bijlage 2, onderdelen 3 en 4, teelt, voor zover: 1°. de beslissing op grond van artikel 2 dit toestaat, en
2°. de geoogste planten voordat ze in de handel worden gebracht, onverminderd het bepaalde in de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten, dusdanig worden gespoeld of geborsteld dat de aanhangende grond is verwijderd;
1°. de beslissing op grond van artikel 2 dit toestaat, en
2°. de geoogste planten voordat ze in de handel worden gebracht, onverminderd het bepaalde in de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten, dusdanig worden gespoeld of geborsteld dat de aanhangende grond is verwijderd;
e. de situatie waarin een teler op een terrein planten, genoemd in bijlage 2, onderdeel 4, teelt, voor zover de geoogste planten, onverminderd het bepaalde in de Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten, bestemd zijn voor de verkoop aan particuliere eindgebruikers die niet betrokken zijn bij de bedrijfsmatige planten- en snijbloementeelt en deze bestemming op de verpakking van de planten staat aangegeven.