BWBR0013946
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 5
Regeling bestrijding schadelijke organismen
1. Op een terrein of perceel, in een in bijlage 6onder A aangewezen gebieden, worden geen zetmeelaardappelen geteeld, tenzij zij behoren tot een ras zoals genoemd in bijlage 6 onder B.
2. Op een terrein of perceel, in een in bijlage 7onder A aangewezen gebied, worden geen aardappelplanten geteeld, tenzij zij behoren tot een ras, als genoemd in bijlage 7 onder C1. Voor de teelt van pootaardappelen is het telen van de in bijlage 7 onder C2 vermelde rassen toegestaan.
3. Op een terrein of perceel, in een in bijlage 7onder B aangewezen gebied, worden geen zetmeelaardappelen geteeld, tenzij zij behoren tot een ras genoemd in bijlage 7 onder C1.
4. Op een terrein of perceel, in een in bijlage 8onder A aangewezen gebied, worden geen aardappelplanten geteeld, tenzij zij behoren tot een ras, zoals genoemd in bijlage 8 onder B.
2. Op een terrein of perceel, in een in bijlage 7onder A aangewezen gebied, worden geen aardappelplanten geteeld, tenzij zij behoren tot een ras, als genoemd in bijlage 7 onder C1. Voor de teelt van pootaardappelen is het telen van de in bijlage 7 onder C2 vermelde rassen toegestaan.
3. Op een terrein of perceel, in een in bijlage 7onder B aangewezen gebied, worden geen zetmeelaardappelen geteeld, tenzij zij behoren tot een ras genoemd in bijlage 7 onder C1.
4. Op een terrein of perceel, in een in bijlage 8onder A aangewezen gebied, worden geen aardappelplanten geteeld, tenzij zij behoren tot een ras, zoals genoemd in bijlage 8 onder B.