BWBR0013946
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 4a
Regeling bestrijding schadelijke organismen
1. Aardappelen worden uitsluitend geteeld met gebruikmaking van goedgekeurde pootaardappelen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien het pootaardappelen voor eigen gebruik betreft die:
a. worden gebruikt ten behoeve van de teelt van zetmeelaardappelen;
b. behoren tot in bijlage 9 genoemde aardappelrassen en
c. afkomstig zijn van en geteeld worden op een terrein of perceel dat is gelegen in een in bijlage 10 aangewezen gebied.
3. Het eerste lid is niet van toepassing indien binnen dezelfde onderneming in het voorgaande jaar geen goedgekeurde pootaardappelen zijn geteeld en het pootaardappelen voor eigen gebruik betreft die:
a. worden gebruikt ten behoeve van de teelt van consumptieaardappelen,
b. voldoen aan de eisen voor klasse C als bedoeld in artikel 61 van de Regeling verhandeling teeltmateriaal met uitzondering van de eis van een onderzoeksverklaring AM voor het terrein of perceel waarop ze zijn geteeld en met uitzondering van het verbod tot vermeerderen met gebruikmaking van klasse C pootgoed en
c. afkomstig zijn van een terrein of perceel, gelegen binnen een straal van 25 kilometer vanaf het vestigingsadres van de teler en die geteeld worden op een terrein of perceel, gelegen binnen een straal van 50 kilometer vanaf het vestigingsadres van de teler.
4. Het certificaat of de schriftelijke verklaring voor de pootaardappelen wordt bewaard tot de maand mei, volgend op het jaar waarin de pootaardappelen voor de teelt van aardappelen zijn gebruikt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien het pootaardappelen voor eigen gebruik betreft die:
a. worden gebruikt ten behoeve van de teelt van zetmeelaardappelen;
b. behoren tot in bijlage 9 genoemde aardappelrassen en
c. afkomstig zijn van en geteeld worden op een terrein of perceel dat is gelegen in een in bijlage 10 aangewezen gebied.
3. Het eerste lid is niet van toepassing indien binnen dezelfde onderneming in het voorgaande jaar geen goedgekeurde pootaardappelen zijn geteeld en het pootaardappelen voor eigen gebruik betreft die:
a. worden gebruikt ten behoeve van de teelt van consumptieaardappelen,
b. voldoen aan de eisen voor klasse C als bedoeld in artikel 61 van de Regeling verhandeling teeltmateriaal met uitzondering van de eis van een onderzoeksverklaring AM voor het terrein of perceel waarop ze zijn geteeld en met uitzondering van het verbod tot vermeerderen met gebruikmaking van klasse C pootgoed en
c. afkomstig zijn van een terrein of perceel, gelegen binnen een straal van 25 kilometer vanaf het vestigingsadres van de teler en die geteeld worden op een terrein of perceel, gelegen binnen een straal van 50 kilometer vanaf het vestigingsadres van de teler.
4. Het certificaat of de schriftelijke verklaring voor de pootaardappelen wordt bewaard tot de maand mei, volgend op het jaar waarin de pootaardappelen voor de teelt van aardappelen zijn gebruikt.