BWBR0013891
Geldig vanaf 2003-09-04
Artikel 64
Comptabiliteitswet 2001
1. Decharge aan Onze Ministers wordt verleend aan de hand van de betrokken jaarverslagen door daartoe strekkende uitspraken van elk van de beide Kamers der Staten-Generaal.
Decharge wordt niet eerder verleend dan nadat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer, bedoeld in artikel 83, derde lid, is ontvangen en het betrokken slotwetsvoorstel, en in voorkomende gevallen een voorstel van een indemniteitswet, is aangenomen.
2. Nadat de Tweede Kamer Onze betrokken Minister decharge heeft verleend, plaatst de voorzitter van die Kamer op het betrokken jaarverslag een aantekening, waaruit de verlening van de decharge en de datum waarop die heeft plaatsgevonden, blijken.
Het jaarverslag wordt daarop ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.
3. Nadat de Eerste Kamer Onze betrokken Minister decharge heeft verleend, plaatst de voorzitter van die Kamer op het betrokken jaarverslag een aantekening, waaruit de verlening van decharge en de datum waarop die heeft plaatsgevonden, blijken.
Het jaarverslag wordt vervolgens door de voorzitter van de Eerste Kamer aan Onze Minister van Financiën gezonden.
4. Onze Minister van Financiën doet aan Onze Ministers en aan de Algemene Rekenkamer mededeling van de dechargeverleningen die hebben plaatsgevonden.
Decharge wordt niet eerder verleend dan nadat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer, bedoeld in artikel 83, derde lid, is ontvangen en het betrokken slotwetsvoorstel, en in voorkomende gevallen een voorstel van een indemniteitswet, is aangenomen.
2. Nadat de Tweede Kamer Onze betrokken Minister decharge heeft verleend, plaatst de voorzitter van die Kamer op het betrokken jaarverslag een aantekening, waaruit de verlening van de decharge en de datum waarop die heeft plaatsgevonden, blijken.
Het jaarverslag wordt daarop ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.
3. Nadat de Eerste Kamer Onze betrokken Minister decharge heeft verleend, plaatst de voorzitter van die Kamer op het betrokken jaarverslag een aantekening, waaruit de verlening van decharge en de datum waarop die heeft plaatsgevonden, blijken.
Het jaarverslag wordt vervolgens door de voorzitter van de Eerste Kamer aan Onze Minister van Financiën gezonden.
4. Onze Minister van Financiën doet aan Onze Ministers en aan de Algemene Rekenkamer mededeling van de dechargeverleningen die hebben plaatsgevonden.