BWBR0013891
Geldig vanaf 2003-09-04
Artikel 3
Comptabiliteitswet 2001
1. Onder uitgaven en ontvangsten van een jaar worden verstaan:
a. de geldelijke betalingen en ontvangsten in dat jaar;
b. de niet-geldelijke betalingen en ontvangsten in dat jaar, bedoeld in artikel 30, eerste lid;
c. de verrekeningen, bedoeld in artikel 31, eerste lid, die in dat jaar plaatsvinden;
d. de toevoegingen en onttrekkingen aan een begrotingsreserve als bedoeld in artikel 5, vierde lid;
e. de toevoegingen en onttrekkingen aan een kasreserve als bedoeld in artikel 11a, zevende lid.
2. Als verplichting van een jaar wordt geraamd het bedrag van de verplichting die in dat jaar rechtstreeks ontstaat op grond van een verdrag, een wet, een koninklijk besluit, een ministeriële regeling, een beschikking, een verbintenis of een op een controleerbare wijze vastgelegde afspraak tussen dienstonderdelen en die in dat jaar dan wel in een later jaar tot uitgaven leidt of kan leiden.
3. In afwijking van het tweede lid kan als verplichting van een jaar worden opgenomen het bedrag dat in dat jaar als uitgave wordt geraamd met betrekking tot:
a. salarissen, wachtgelden en soortgelijke periodieke verplichtingen;
b. de uitgaven, opgenomen in de begroting van nationale schuld;
c. huren, pachten en soortgelijke periodieke verplichtingen;
d. andere door Onze Minister van Financiën aan te wijzen categorieën verplichtingen.
4. Onze Minister van Financiën doet aan de Algemene Rekenkamer schriftelijk mededeling van de aangewezen categorieën verplichtingen.
a. de geldelijke betalingen en ontvangsten in dat jaar;
b. de niet-geldelijke betalingen en ontvangsten in dat jaar, bedoeld in artikel 30, eerste lid;
c. de verrekeningen, bedoeld in artikel 31, eerste lid, die in dat jaar plaatsvinden;
d. de toevoegingen en onttrekkingen aan een begrotingsreserve als bedoeld in artikel 5, vierde lid;
e. de toevoegingen en onttrekkingen aan een kasreserve als bedoeld in artikel 11a, zevende lid.
2. Als verplichting van een jaar wordt geraamd het bedrag van de verplichting die in dat jaar rechtstreeks ontstaat op grond van een verdrag, een wet, een koninklijk besluit, een ministeriële regeling, een beschikking, een verbintenis of een op een controleerbare wijze vastgelegde afspraak tussen dienstonderdelen en die in dat jaar dan wel in een later jaar tot uitgaven leidt of kan leiden.
3. In afwijking van het tweede lid kan als verplichting van een jaar worden opgenomen het bedrag dat in dat jaar als uitgave wordt geraamd met betrekking tot:
a. salarissen, wachtgelden en soortgelijke periodieke verplichtingen;
b. de uitgaven, opgenomen in de begroting van nationale schuld;
c. huren, pachten en soortgelijke periodieke verplichtingen;
d. andere door Onze Minister van Financiën aan te wijzen categorieën verplichtingen.
4. Onze Minister van Financiën doet aan de Algemene Rekenkamer schriftelijk mededeling van de aangewezen categorieën verplichtingen.