BWBR0013891
Geldig vanaf 2003-09-04
Artikel 43b
Comptabiliteitswet 2001
1. Onze Ministers wijzen de personen aan die namens hen zijn belast met de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 43en 43a.
2. De bevoegdheden als bedoeld in artikel 43aworden uitgeoefend onder verantwoordelijkheid van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0032573/artikel/36" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep</a>.
3. De toepassing van de in de artikelen 43en 43abedoelde bevoegdheden is gericht op de nakoming door de in artikel 43, eerste lid, bedoelde rechtspersonen, vennootschappen en natuurlijke personen van:
a. bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen aangaande beheer, controle of toezicht ten aanzien van de rechtmatige en doelmatige besteding van collectieve middelen als bedoeld in artikel 43, eerste lid, onder a en c;
b. bij of krachtens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de lidstaat opgelegde verplichtingen aangaande beheer, controle of toezicht ten aanzien van de rechtmatige en doelmatige besteding van collectieve middelen als bedoeld in artikel 43, het eerste lid, onder b.
4. Onze Ministers kunnen de in de artikelen 43en 43abedoelde bevoegdheden uitoefenen zolang als en over de jaren dat de Staat daarbij belang heeft.
2. De bevoegdheden als bedoeld in artikel 43aworden uitgeoefend onder verantwoordelijkheid van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0032573/artikel/36" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep</a>.
3. De toepassing van de in de artikelen 43en 43abedoelde bevoegdheden is gericht op de nakoming door de in artikel 43, eerste lid, bedoelde rechtspersonen, vennootschappen en natuurlijke personen van:
a. bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen aangaande beheer, controle of toezicht ten aanzien van de rechtmatige en doelmatige besteding van collectieve middelen als bedoeld in artikel 43, eerste lid, onder a en c;
b. bij of krachtens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de lidstaat opgelegde verplichtingen aangaande beheer, controle of toezicht ten aanzien van de rechtmatige en doelmatige besteding van collectieve middelen als bedoeld in artikel 43, het eerste lid, onder b.
4. Onze Ministers kunnen de in de artikelen 43en 43abedoelde bevoegdheden uitoefenen zolang als en over de jaren dat de Staat daarbij belang heeft.