BWBR0013891
Geldig vanaf 2003-09-04
Artikel 19
Comptabiliteitswet 2001
1. Onze Ministers, ieder met betrekking tot het ministerie met de leiding waarvan hij is belast, zijn verantwoordelijk voor het beheer van de begrotingen van hun ministeries.
2. Onze Minister van Financiën is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van nationale schuld.
3. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van koninkrijksrelaties.
4. Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Koning, van de begroting van het Kabinet van de Koning en van de begroting van de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
5. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de colleges, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder g.
6. De colleges, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder e tot en met h, voeren het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel.
7. Over de aan dit beheer te geven inhoud maakt Onze betrokken Minister afspraken met de onderscheiden colleges, waarin recht wordt gedaan aan hun staatsrechtelijke positie.
8. De wet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, bepaalt wie van Onze Ministers belast is met het beheer van de begroting die met die wet aan de Rijksbegroting wordt toegevoegd.
2. Onze Minister van Financiën is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van nationale schuld.
3. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van koninkrijksrelaties.
4. Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Koning, van de begroting van het Kabinet van de Koning en van de begroting van de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
5. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de colleges, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder g.
6. De colleges, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder e tot en met h, voeren het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel.
7. Over de aan dit beheer te geven inhoud maakt Onze betrokken Minister afspraken met de onderscheiden colleges, waarin recht wordt gedaan aan hun staatsrechtelijke positie.
8. De wet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, bepaalt wie van Onze Ministers belast is met het beheer van de begroting die met die wet aan de Rijksbegroting wordt toegevoegd.