BWBR0013221
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 23
Regeling vergoeding gemengde kosten en waardering loon in natura, vergoedingen en verstrekkingen 2002
1. Vergoedingen ter zake van de aanschaf bij de werkgever dan wel bij een met de werkgever verbonden vennootschap van branche-eigen producten van het bedrijf van de werkgever dan wel van het bedrijf van een met de werkgever verbonden vennootschap, bedoeld in artikel 10a, zevende lid, van de Wet op de Loonbelasting 1964, worden geacht te strekken tot bestijding van kosten ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking tot een bedrag van ten hoogste 20% van de waarde in het economische verkeer van deze producten met een maximum van € 450 per kalenderjaar.
2. Verstrekkingen van branche-eigen producten van het bedrijf van de werkgever dan wel van het bedrijf van een met de werkgever verbonden vennootschap, bedoeld in artikel 10a, zevende lid, van de Wet op de Loonbelasting 1964, worden geacht te strekken tot bestrijding van kosten ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking tot een bedrag van ten hoogste 20% van de waarde in het economische verkeer van deze producten met een maximum van € 450 per kalenderjaar.
3. De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen worden verhoogd met de voor de twee voorafgaande kalenderjaren geldende bedragen, voorzover deze bedragen nog niet zijn benut. De vorige volzin is niet van toepassing indien de dienstbetrekking in het desbetreffende kalenderjaar niet bestond.
4. Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot geldleningen.
2. Verstrekkingen van branche-eigen producten van het bedrijf van de werkgever dan wel van het bedrijf van een met de werkgever verbonden vennootschap, bedoeld in artikel 10a, zevende lid, van de Wet op de Loonbelasting 1964, worden geacht te strekken tot bestrijding van kosten ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking tot een bedrag van ten hoogste 20% van de waarde in het economische verkeer van deze producten met een maximum van € 450 per kalenderjaar.
3. De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen worden verhoogd met de voor de twee voorafgaande kalenderjaren geldende bedragen, voorzover deze bedragen nog niet zijn benut. De vorige volzin is niet van toepassing indien de dienstbetrekking in het desbetreffende kalenderjaar niet bestond.
4. Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot geldleningen.