BWBR0013221
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 15
Regeling vergoeding gemengde kosten en waardering loon in natura, vergoedingen en verstrekkingen 2002
1. Vergoedingen ter zake van het genot van een woning ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking worden aangemerkt als vergoedingen in de zin van artikel 6, eerste lid, onderdeelk, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, voorzover de vergoeding:
a. op jaarbasis meer bedraagt dan 18% van het voor de werknemer op jaarbasis geldende loon uit tegenwoordige dienstbetrekking als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964 bij een overeengekomen vaste arbeidsduur van 36 uren per kalenderweek; of
b. meer bedraagt dan het op verzoek van de werknemer door de inspecteur der rijksbelastingen bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgestelde bedrag van de besparing.
2. Verstrekkingen in de vorm van het genot van een woning ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking worden aangemerkt als verstrekkingen in de zin van artikel 6, eerste lid, onderdeelk, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, voorzover de waarde in het economische verkeer:
a. meer bedraagt dan 18% van het voor de werknemer op jaarbasis geldende loon uit tegenwoordige dienstbetrekking als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964 bij een overeengekomen vaste arbeidsduur van 36 uren per kalenderweek; of
b. meer bedraagt dan het op verzoek van de werknemer door de inspecteur der rijksbelastingen bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgestelde bedrag van de besparing.
3. De beschikking van de inspecteur der rijksbelastingen, die te allen tijde bij nadere, voor bezwaar vatbare, beschikking kan worden herroepen, vindt toepassing met betrekking tot loontijdvakken die ten tijde van de beschikking nog niet zijn verstreken.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt niet als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964beschouwd de vergoeding ter zake van het genot van een woning ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking en de verstrekking in de vorm van het genot van een woning ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.
a. op jaarbasis meer bedraagt dan 18% van het voor de werknemer op jaarbasis geldende loon uit tegenwoordige dienstbetrekking als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964 bij een overeengekomen vaste arbeidsduur van 36 uren per kalenderweek; of
b. meer bedraagt dan het op verzoek van de werknemer door de inspecteur der rijksbelastingen bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgestelde bedrag van de besparing.
2. Verstrekkingen in de vorm van het genot van een woning ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking worden aangemerkt als verstrekkingen in de zin van artikel 6, eerste lid, onderdeelk, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, voorzover de waarde in het economische verkeer:
a. meer bedraagt dan 18% van het voor de werknemer op jaarbasis geldende loon uit tegenwoordige dienstbetrekking als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964 bij een overeengekomen vaste arbeidsduur van 36 uren per kalenderweek; of
b. meer bedraagt dan het op verzoek van de werknemer door de inspecteur der rijksbelastingen bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgestelde bedrag van de besparing.
3. De beschikking van de inspecteur der rijksbelastingen, die te allen tijde bij nadere, voor bezwaar vatbare, beschikking kan worden herroepen, vindt toepassing met betrekking tot loontijdvakken die ten tijde van de beschikking nog niet zijn verstreken.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt niet als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964beschouwd de vergoeding ter zake van het genot van een woning ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking en de verstrekking in de vorm van het genot van een woning ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.