BWBR0013221
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 2
Regeling vergoeding gemengde kosten en waardering loon in natura, vergoedingen en verstrekkingen 2002
1. De vergoeding die de werknemer ontvangt ter zake van het gezamenlijke bedrag van de kosten - lasten en afschrijvingen op goederen daaronder begrepen - die verband houden met een hierna genoemde post, wordt geacht te strekken tot bestrijding van kosten ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, voorzover de vergoeding niet meer beloopt dan de aangegeven normering:
a. verhuizing: de kosten van het overbrengen van de inboedel, vermeerderd met 12 procent van het jaarloon of het tot jaarloon herleide bedrag van het in het kalenderjaar genoten loon uit de dienstbetrekking in verband waarmee de werknemer verhuist, doch met niet meer dan € 5445;
b. huisvesting van de werknemer buiten zijn woonplaats: het werkelijke bedrag gedurende ten hoogste twee jaren.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt het loon in aanmerking genomen met inachtneming van het volgende:
a. artikel 6, eerste lid, onderdeel j, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering vindt geen toepassing;
b. tantièmes en toevallige bijzondere beloningen alsmede tot het loon behorende aanspraken worden niet in aanmerking genomen.
3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, verhuist de werknemer in ieder geval in het kader van de dienstbetrekking ingeval hij binnen twee jaar na de aanvaarding van een nieuwe dienstbetrekking of na overplaatsing binnen de bestaande dienstbetrekking:
a. verhuist naar een woning binnen een afstand van 10 kilometer van de nieuwe plaats van zijn dienstbetrekking terwijl hij op een afstand groter dan 10 kilometer van deze plaats woonde; of
b. door verhuizing de afstand tussen zijn woning en de plaats van zijn dienstbetrekking met ten minste 50 percent en ten minste 10 kilometer bekort.
4. Onder de afstand, bedoeld in het derde lid, wordt verstaan de afstand gemeten langs de meest gebruikelijke weg.
a. verhuizing: de kosten van het overbrengen van de inboedel, vermeerderd met 12 procent van het jaarloon of het tot jaarloon herleide bedrag van het in het kalenderjaar genoten loon uit de dienstbetrekking in verband waarmee de werknemer verhuist, doch met niet meer dan € 5445;
b. huisvesting van de werknemer buiten zijn woonplaats: het werkelijke bedrag gedurende ten hoogste twee jaren.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt het loon in aanmerking genomen met inachtneming van het volgende:
a. artikel 6, eerste lid, onderdeel j, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering vindt geen toepassing;
b. tantièmes en toevallige bijzondere beloningen alsmede tot het loon behorende aanspraken worden niet in aanmerking genomen.
3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, verhuist de werknemer in ieder geval in het kader van de dienstbetrekking ingeval hij binnen twee jaar na de aanvaarding van een nieuwe dienstbetrekking of na overplaatsing binnen de bestaande dienstbetrekking:
a. verhuist naar een woning binnen een afstand van 10 kilometer van de nieuwe plaats van zijn dienstbetrekking terwijl hij op een afstand groter dan 10 kilometer van deze plaats woonde; of
b. door verhuizing de afstand tussen zijn woning en de plaats van zijn dienstbetrekking met ten minste 50 percent en ten minste 10 kilometer bekort.
4. Onder de afstand, bedoeld in het derde lid, wordt verstaan de afstand gemeten langs de meest gebruikelijke weg.