BWBR0013221
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 17
Regeling vergoeding gemengde kosten en waardering loon in natura, vergoedingen en verstrekkingen 2002
1. Vergoedingen ter zake van inwoning ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking worden aangemerkt als vergoedingen in de zin van artikel 6, eerste lid, onderdeel k, van de Coördinatiewet Sociale Verzekeringvoorzover de vergoeding meer bedraagt dan € 136,50 per maand (€ 31,50 per week, € 6,30 per dag).
2. Verstrekkingen in de vorm van inwoning ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking worden aangemerkt als verstrekkingen in de zin van artikel 6, eerste lid, onderdeel k, van de Coördinatiewet Sociale Verzekeringvoorzover de waarde in het economische verkeer hoger is dan het ter zake in het eerste lid genoemde bedrag.
3. Indien de in het eerste lid en tweede lid bedoelde vergoedingen en verstrekkingen mede betrekking hebben op inwoning door de gezinsleden van de werknemer worden de in het eerste lid genoemde bedragen verhoogd:
a. voor ieder gezinslid dat bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt: met 80%;
b. voor ieder gezinslid dat bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar niet heeft bereikt doch de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt: met 50%;
c. voor ieder gezinslid dat bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 12 jaar niet heeft bereikt: met 30%.
2. Verstrekkingen in de vorm van inwoning ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking worden aangemerkt als verstrekkingen in de zin van artikel 6, eerste lid, onderdeel k, van de Coördinatiewet Sociale Verzekeringvoorzover de waarde in het economische verkeer hoger is dan het ter zake in het eerste lid genoemde bedrag.
3. Indien de in het eerste lid en tweede lid bedoelde vergoedingen en verstrekkingen mede betrekking hebben op inwoning door de gezinsleden van de werknemer worden de in het eerste lid genoemde bedragen verhoogd:
a. voor ieder gezinslid dat bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt: met 80%;
b. voor ieder gezinslid dat bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar niet heeft bereikt doch de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt: met 50%;
c. voor ieder gezinslid dat bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 12 jaar niet heeft bereikt: met 30%.