BWBR0012874
Geldig vanaf 2001-10-15
Artikel 9
Regeling type-certificatie luchtwaardigheid
1. De minister neemt een aanvraag voor een aanvullend type-certificaat door een niet JAA-persoon in behandeling wanneer de aanvrager voldoet aan de eisen van JAR 21.N112.
2. Een aanvraag voor een aanvullend type-certificaat wordt door een niet JAA-persoon ingediend overeenkomstig JAR 21.N113.
3. De aanvrager, zijnde een niet JAA-persoon, toont voor de afgifte van een aanvullend type-certificaat conform JAR 21.N97 aan, dat het gewijzigde product voldoet aan de eisen van JAR 21.N101 en van ICAO Annex 16, Vol. I.
2. Een aanvraag voor een aanvullend type-certificaat wordt door een niet JAA-persoon ingediend overeenkomstig JAR 21.N113.
3. De aanvrager, zijnde een niet JAA-persoon, toont voor de afgifte van een aanvullend type-certificaat conform JAR 21.N97 aan, dat het gewijzigde product voldoet aan de eisen van JAR 21.N101 en van ICAO Annex 16, Vol. I.