BWBR0012874
Geldig vanaf 2001-10-15
Artikel 14
Regeling type-certificatie luchtwaardigheid
1. De minister vermeldt overeenkomstig JAR 21.17, 21.114 en 21.93, in de certificatie basis de van toepassing zijnde eisen, waaraan een product moet voldoen waarvoor de aanvraag voor een type-certificaat volgens artikel 2of 4, een gewijzigd type-certificaat volgens artikel 6of 7, of een aanvullend type-certificaat volgens artikel 8of 9, in behandeling is genomen.
2. De aanvrager geeft aan te voldoen aan de gestelde eisen in de certificatie basis en de daarvoor benodigde bewijsvoering te zullen leveren ten behoeve van het derde lid van het van toepassing zijnde artikelen 2, 4, 6, 7, 8, of 9.
3. Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 4, artikel 7en artikel 9van deze regeling, zal aan de autoriteit van het land van export worden verzocht de geleverde bewijsvoering te accepteren of te onderzoeken op relevantie of medewerking te verlenen aan de toetsing van de bewijsvoering.
4. De aanvrager legt in de lijst van bewijsvoering vast, op welke wijze de bewijsvoering geleverd is, en met welke middelen deze onderbouwd is. Deze bewijsvoering wordt in de volgende categorieën ingedeeld:
5. De lijst van bewijsvoering legt voor ieder artikel van alle van toepassing zijnde eisen vast:
a. het middel van bewijsvoering,
b. de referentie naar het document waarin de resultaten of bevindingen van de bewijsvoering is vastgelegd en
c. de referentie van de acceptatie van die vastlegging. De lijst van bewijsvoering wordt opgenomen in de certificatie basis.
6. Indien de aanvraag een niet eerder toegepaste bewijsvoeringsmethode omvat, dient de aanvrager overeenstemming met de minister bereikt te hebben, alvorens deze methode toegepast mag worden. De acceptatie door de minister wordt vastgelegd in een wijze van interpretatie en opgenomen in de certificatie basis.
7. De aanvrager kan een verzoek indienen ter dispensatie van één of meer gestelde eisen in de certificatie basis. De minister kan dit accepteren als daartoe gegronde redenen voor bestaan. Deze acceptatie wordt vastgelegd in een dispensatie van eis en opgenomen in de certificatie basis.
8. De aanvrager kan een verzoek indienen om aan een gestelde eis op andere maar equivalente wijze te voldoen. De minister kan dit accepteren als daartoe gegronde redenen voor bestaan. Deze acceptatie wordt vastgelegd in een equivalente eis en opgenomen in de certificatie basis.
9. De aanvrager heeft voldaan aan het gestelde in het derde lid van het relevante artikel 2, 4, 6, 7, 8, of 9indien:
a. aan alle eisen in de certificatie basis voldaan is,
b. de lijst van bewijsvoering volledig is,
c. bij een aanvraag als bedoeld in artikel 4, 7, of 9 van deze regeling, de autoriteit van het land van export een verklaring heeft afgegeven, dat de geleverde bewijsvoering in overeenstemming is met de certificatie basis,
d. de aanvrager heeft verklaard dat voldaan is aan de eisen gesteld in de certificatie basis, en dat hem geen eigenschappen van zijn product bekend zijn, die de veiligheid in gevaar brengen
2. De aanvrager geeft aan te voldoen aan de gestelde eisen in de certificatie basis en de daarvoor benodigde bewijsvoering te zullen leveren ten behoeve van het derde lid van het van toepassing zijnde artikelen 2, 4, 6, 7, 8, of 9.
3. Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 4, artikel 7en artikel 9van deze regeling, zal aan de autoriteit van het land van export worden verzocht de geleverde bewijsvoering te accepteren of te onderzoeken op relevantie of medewerking te verlenen aan de toetsing van de bewijsvoering.
4. De aanvrager legt in de lijst van bewijsvoering vast, op welke wijze de bewijsvoering geleverd is, en met welke middelen deze onderbouwd is. Deze bewijsvoering wordt in de volgende categorieën ingedeeld:
5. De lijst van bewijsvoering legt voor ieder artikel van alle van toepassing zijnde eisen vast:
a. het middel van bewijsvoering,
b. de referentie naar het document waarin de resultaten of bevindingen van de bewijsvoering is vastgelegd en
c. de referentie van de acceptatie van die vastlegging. De lijst van bewijsvoering wordt opgenomen in de certificatie basis.
6. Indien de aanvraag een niet eerder toegepaste bewijsvoeringsmethode omvat, dient de aanvrager overeenstemming met de minister bereikt te hebben, alvorens deze methode toegepast mag worden. De acceptatie door de minister wordt vastgelegd in een wijze van interpretatie en opgenomen in de certificatie basis.
7. De aanvrager kan een verzoek indienen ter dispensatie van één of meer gestelde eisen in de certificatie basis. De minister kan dit accepteren als daartoe gegronde redenen voor bestaan. Deze acceptatie wordt vastgelegd in een dispensatie van eis en opgenomen in de certificatie basis.
8. De aanvrager kan een verzoek indienen om aan een gestelde eis op andere maar equivalente wijze te voldoen. De minister kan dit accepteren als daartoe gegronde redenen voor bestaan. Deze acceptatie wordt vastgelegd in een equivalente eis en opgenomen in de certificatie basis.
9. De aanvrager heeft voldaan aan het gestelde in het derde lid van het relevante artikel 2, 4, 6, 7, 8, of 9indien:
a. aan alle eisen in de certificatie basis voldaan is,
b. de lijst van bewijsvoering volledig is,
c. bij een aanvraag als bedoeld in artikel 4, 7, of 9 van deze regeling, de autoriteit van het land van export een verklaring heeft afgegeven, dat de geleverde bewijsvoering in overeenstemming is met de certificatie basis,
d. de aanvrager heeft verklaard dat voldaan is aan de eisen gesteld in de certificatie basis, en dat hem geen eigenschappen van zijn product bekend zijn, die de veiligheid in gevaar brengen