BWBR0012874
Geldig vanaf 2001-10-15
Artikel 4
Regeling type-certificatie luchtwaardigheid
1. De minister neemt een aanvraag voor een type-certificaat door een niet JAA-persoon in behandeling wanneer de aanvrager voldoet aan de eisen van JAR 21.N13.
2. Een aanvraag voor een type-certificaat door een niet JAA-persoon wordt schriftelijk ingediend bij de minister overeenkomstig JAR 21.N15, middels een behoorlijk ingevuld formulier volgens bijlage 1.
3. De aanvrager, zijnde een niet JAA-persoon, toont voor de afgifte van een type-certificaat conform JAR 21.N20, JAR 21.N31, JAR 21.N33 en JAR 21.N35 aan, dat het product waarvoor het type-certificaat is aangevraagd, voldoet aan de van toepassing zijnde eisen uit artikel 5 van het Besluit luchtwaardigheid.
2. Een aanvraag voor een type-certificaat door een niet JAA-persoon wordt schriftelijk ingediend bij de minister overeenkomstig JAR 21.N15, middels een behoorlijk ingevuld formulier volgens bijlage 1.
3. De aanvrager, zijnde een niet JAA-persoon, toont voor de afgifte van een type-certificaat conform JAR 21.N20, JAR 21.N31, JAR 21.N33 en JAR 21.N35 aan, dat het product waarvoor het type-certificaat is aangevraagd, voldoet aan de van toepassing zijnde eisen uit artikel 5 van het Besluit luchtwaardigheid.