1. Voor het uitvoeren van vluchten ter verkrijging van een type-certificaat, een wijziging van een type-certificaat, of een aanvullend type-certificaat wordt door de aanvrager toestemming gevraagd.
2. De aanvrager van de toestemming als bedoeld in het eerste lid krijgt toestemming van de minister wanneer de aanvrager voldoet aan de eisen gesteld in JAR 21.33.
3. Deze toestemming als bedoeld in het tweede lid wordt voor de aanvrager van een type-certificaat, een ingrijpende wijziging van een type certificaat of een aanvullend type-certificaat in verband met een ingrijpende wijziging van het type-ontwerp waarvoor meer dan enkele vluchten nodig zijn, gegeven in de vorm van een speciaal BvL.
4. Deze toestemming wordt voor de aanvrager van geringe wijziging van een type certificaat of een aanvullend type-certificaat in verband met een geringe wijziging van het type-ontwerp waarvoor slechts enkele vluchten nodig zijn, gegeven in de vorm van een ontheffing ex
artikel 3.8 van de Wet luchtvaart.