BWBR0012833
Geldig vanaf 2004-08-03
Artikel 5
Regeling subsidiëring gebiedsgericht beleid en reconstructie concentratiegebieden
1. Subsidie wordt niet verstrekt aan aanvragers ter voldoening aan verplichtingen die op grond van enig wettelijk voorschrift zijn voorgeschreven.
2. Niet subsidiabel op grond van deze regeling zijn:
a. kosten waarin uit anderen hoofde vanwege de staat een bijdrage kan worden verleend;
b. exploitatiekosten, waaronder begrepen de kosten van regulier beheer en onderhoud;
c. kosten verbonden aan het verwerven van grond of gebouwen, tenzij de kosten noodzakelijk zijn voor het aanbrengen van voorzieningen ten behoeve van de uitvoering van de activiteit en de kosten redelijkerwijs niet ten laste kunnen worden gebracht van individuele ondernemers;
d. kosten verbonden aan het toekennen van vergoedingen op grond van de artikelen 15.20 en 15.21 van de Wet milieubeheer;
e. kosten, verbonden aan het compenseren van waardeverlies van grond of gebouwen en andere kosten als gevolg van kapitaalsverliezen of inkomensverliezen, of tenzij de kosten zijn verbonden aan de realisatie van niet-agrarische doeleinden en deze kosten redelijkerwijs niet ten laste kunnen worden gebracht van individuele ondernemers;
f. accountantskosten die niet voortvloeien uit activiteiten;
g. de door de aanvrager van de subsidie verrekenbare BTW;
h. kosten ten aanzien van de uitvoering van activiteiten, gemaakt voorafgaande aan de beschikking tot subsidieverlening, met uitzondering van de kosten ten aanzien van het ontwikkelen van plannen, onderzoek en voorlichting als bedoeld in artikel 20;
i. kosten van werkzaamheden die tot de reguliere taken van andere overheden of van andere rechtspersonen behoren, gemaakt ter uitvoering van activiteiten.
2. Niet subsidiabel op grond van deze regeling zijn:
a. kosten waarin uit anderen hoofde vanwege de staat een bijdrage kan worden verleend;
b. exploitatiekosten, waaronder begrepen de kosten van regulier beheer en onderhoud;
c. kosten verbonden aan het verwerven van grond of gebouwen, tenzij de kosten noodzakelijk zijn voor het aanbrengen van voorzieningen ten behoeve van de uitvoering van de activiteit en de kosten redelijkerwijs niet ten laste kunnen worden gebracht van individuele ondernemers;
d. kosten verbonden aan het toekennen van vergoedingen op grond van de artikelen 15.20 en 15.21 van de Wet milieubeheer;
e. kosten, verbonden aan het compenseren van waardeverlies van grond of gebouwen en andere kosten als gevolg van kapitaalsverliezen of inkomensverliezen, of tenzij de kosten zijn verbonden aan de realisatie van niet-agrarische doeleinden en deze kosten redelijkerwijs niet ten laste kunnen worden gebracht van individuele ondernemers;
f. accountantskosten die niet voortvloeien uit activiteiten;
g. de door de aanvrager van de subsidie verrekenbare BTW;
h. kosten ten aanzien van de uitvoering van activiteiten, gemaakt voorafgaande aan de beschikking tot subsidieverlening, met uitzondering van de kosten ten aanzien van het ontwikkelen van plannen, onderzoek en voorlichting als bedoeld in artikel 20;
i. kosten van werkzaamheden die tot de reguliere taken van andere overheden of van andere rechtspersonen behoren, gemaakt ter uitvoering van activiteiten.