BWBR0012833
Geldig vanaf 2004-08-03
Artikel 3
Regeling subsidiëring gebiedsgericht beleid en reconstructie concentratiegebieden
1. De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten van de activiteiten.
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie maximaal 40%, en in probleemgebieden maximaal 50%, van de subsidiabele kosten van de activiteiten voorzover deze investeringen in landbouwbedrijven betreffen als bedoeld in artikel 7 van verordening (EG) nr. 1257/1999. Indien het gaat om investeringen in landbouwbedrijven door boeren jonger dan 40 jaar die zich als bedrijfshoofd vestigen als bedoeld in artikel 7 van verordening (EG) nr. 1257/1999, bedragen deze percentages maximaal 45% en in de probleemgebieden maximaal 55%.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Voor plangebieden stellen gedeputeerde staten voor de afzonderlijke subcategorieën, als bedoeld in de artikelen 16tot en met 19, de subsidiepercentages vast in het uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan, met als gemiddelde per uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan maximaal 50% van de subsidiabele kosten van de activiteiten.
5. In afwijking van het vierde lid, bedraagt het gemiddelde subsidiepecentage per uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan maximaal 60% van de subsidiabele kosten van de activiteiten, voorzover het activiteiten betreft in VINAC-gebieden.
6. Voor reconstructiegebieden stellen gedeputeerde staten van de betreffende provincies voor de afzonderlijke subcategorieën als bedoeld in de artikelen 16tot en met 19de subsidiepercentages vast in het uitvoeringsprogramma behorend bij een reconstructieplan, met als gemiddelde maximaal 50% van de subsidiabele kosten van de activiteiten.
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie maximaal 40%, en in probleemgebieden maximaal 50%, van de subsidiabele kosten van de activiteiten voorzover deze investeringen in landbouwbedrijven betreffen als bedoeld in artikel 7 van verordening (EG) nr. 1257/1999. Indien het gaat om investeringen in landbouwbedrijven door boeren jonger dan 40 jaar die zich als bedrijfshoofd vestigen als bedoeld in artikel 7 van verordening (EG) nr. 1257/1999, bedragen deze percentages maximaal 45% en in de probleemgebieden maximaal 55%.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Voor plangebieden stellen gedeputeerde staten voor de afzonderlijke subcategorieën, als bedoeld in de artikelen 16tot en met 19, de subsidiepercentages vast in het uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan, met als gemiddelde per uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan maximaal 50% van de subsidiabele kosten van de activiteiten.
5. In afwijking van het vierde lid, bedraagt het gemiddelde subsidiepecentage per uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan maximaal 60% van de subsidiabele kosten van de activiteiten, voorzover het activiteiten betreft in VINAC-gebieden.
6. Voor reconstructiegebieden stellen gedeputeerde staten van de betreffende provincies voor de afzonderlijke subcategorieën als bedoeld in de artikelen 16tot en met 19de subsidiepercentages vast in het uitvoeringsprogramma behorend bij een reconstructieplan, met als gemiddelde maximaal 50% van de subsidiabele kosten van de activiteiten.