BWBR0012833
Geldig vanaf 2004-08-03
Artikel 10
Regeling subsidiëring gebiedsgericht beleid en reconstructie concentratiegebieden
1. Gedeputeerde staten stellen voor elk gebied als bedoeld in artikel 9, eerste lid, waar de ministers overeenkomstig artikel 9, derde lid, mee hebben ingestemd, een gebiedsplan en een uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan vast.
2. Een gebiedsplan bevat in ieder geval:
a. de begrenzing van het plangebied;
b. een omschrijving van de in het plangebied bestaande toestand van de beleidsterreinen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, kwalitatief en kwantitatief weergegeven;
c. een omschrijving van de gewenste ontwikkeling van het plangebied ten aanzien van de beleidsterreinen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, in de vorm van lange termijndoelstellingen, kwalitatief en waar mogelijk kwantitatief weergegeven;
d. een kaart die betrekking heeft op de in onderdeel c bedoelde omschrijving;
e. een omschrijving van de operationele doelstellingen ten aanzien van de beleidsterreinen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, voor een periode van vier jaar, kwalitatief en kwantitatief weergegeven;
f. een omschrijving van de samenhang tussen de operationele doelstellingen en de lange termijndoelstellingen;
g. een indicatie van de totale kosten die gemoeid zijn met de realisatie van de onder c bedoelde ontwikkeling.
3. Een uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan bevat in ieder geval:
a. een zo nauwkeurig mogelijke opsomming en beschrijving van voorgenomen activiteiten voor een periode van vier jaar die passen binnen een of meerdere subcategorieën bedoeld in de artikelen 16 tot en met 19, en een vermelding van de bij de desbetreffende subcategorieën behorende subsidiepercentages als bedoeld in artikel 3, derde lid;
b. een beschrijving van de mate waarin de activiteiten bijdragen aan het bereiken van de operationele doelstellingen, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder e;
c. een fasering van de activiteiten;
d. een zo nauwkeurig mogelijke raming van de kosten en de verdeling daarvan over een periode van vier jaar, alsmede de wijze van financiering daarvan, inclusief bijdragen van andere overheden en derden.
2. Een gebiedsplan bevat in ieder geval:
a. de begrenzing van het plangebied;
b. een omschrijving van de in het plangebied bestaande toestand van de beleidsterreinen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, kwalitatief en kwantitatief weergegeven;
c. een omschrijving van de gewenste ontwikkeling van het plangebied ten aanzien van de beleidsterreinen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, in de vorm van lange termijndoelstellingen, kwalitatief en waar mogelijk kwantitatief weergegeven;
d. een kaart die betrekking heeft op de in onderdeel c bedoelde omschrijving;
e. een omschrijving van de operationele doelstellingen ten aanzien van de beleidsterreinen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, voor een periode van vier jaar, kwalitatief en kwantitatief weergegeven;
f. een omschrijving van de samenhang tussen de operationele doelstellingen en de lange termijndoelstellingen;
g. een indicatie van de totale kosten die gemoeid zijn met de realisatie van de onder c bedoelde ontwikkeling.
3. Een uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan bevat in ieder geval:
a. een zo nauwkeurig mogelijke opsomming en beschrijving van voorgenomen activiteiten voor een periode van vier jaar die passen binnen een of meerdere subcategorieën bedoeld in de artikelen 16 tot en met 19, en een vermelding van de bij de desbetreffende subcategorieën behorende subsidiepercentages als bedoeld in artikel 3, derde lid;
b. een beschrijving van de mate waarin de activiteiten bijdragen aan het bereiken van de operationele doelstellingen, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder e;
c. een fasering van de activiteiten;
d. een zo nauwkeurig mogelijke raming van de kosten en de verdeling daarvan over een periode van vier jaar, alsmede de wijze van financiering daarvan, inclusief bijdragen van andere overheden en derden.