BWBR0012778
Geldig vanaf 2019-04-01
Artikel 42
Besluit zeevarenden
1. De kapitein en de zeevarende die is aangewezen om medische hulp aan boord van het schip te verlenen, zijn in het bezit van het certificaat medische eerste hulp aan boord en van het certificaat medische zorg aan boord.
2. In afwijking van het eerste lid zijn de kapitein en de zeevarende die is aangewezen om medische hulp aan boord van het schip, niet zijnde een vissersvaartuig waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor beperkt vaargebied vissersvaartuigen te verlenen, op reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee, in het bezit van het certificaat medische eerste hulp aan boord.
3. Wanneer aan een vissersvaartuig een bemanningscertificaat is afgegeven voor beperkt vaargebied vissersvaartuigen, is, in afwijking van het eerste lid, iedere visser die is aangewezen om medische hulp aan boord van het vissersvaartuig te verlenen, in het bezit van het certificaat medische eerste hulp aan boord.
4. Een zeevarende als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid toont door middel van een certificaat met tussenpozen van niet meer dan 5 jaar aan een passende herhalingstraining te hebben gevolgd.
2. In afwijking van het eerste lid zijn de kapitein en de zeevarende die is aangewezen om medische hulp aan boord van het schip, niet zijnde een vissersvaartuig waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor beperkt vaargebied vissersvaartuigen te verlenen, op reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee, in het bezit van het certificaat medische eerste hulp aan boord.
3. Wanneer aan een vissersvaartuig een bemanningscertificaat is afgegeven voor beperkt vaargebied vissersvaartuigen, is, in afwijking van het eerste lid, iedere visser die is aangewezen om medische hulp aan boord van het vissersvaartuig te verlenen, in het bezit van het certificaat medische eerste hulp aan boord.
4. Een zeevarende als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid toont door middel van een certificaat met tussenpozen van niet meer dan 5 jaar aan een passende herhalingstraining te hebben gevolgd.