BWBR0012778
Geldig vanaf 2019-04-01
Artikel 123
Besluit zeevarenden
1. De scheepsbeheerder stelt een verklaring op waarin hij voor ieder onderdeel van artikel 122, voor zover het desbetreffende onderdeel betrekking heeft op zijn schip, nauwkeurig vermeldt op welke wijze hij ten aanzien van zijn schip uitvoering heeft gegeven aan zijn verplichtingen ingevolge dat artikel.
2. De scheepsbeheerder verschaft de kapitein een exemplaar van de verklaring, bedoeld in het eerste lid.
3. De verklaring, bedoeld in het eerste lid, heeft een geldigheidsduur van vijf jaar.
4. In afwijking van het derde lid heeft de verklaring, bedoeld in het eerste lid, voor passagiersschepen en ro-ro passagiersschepen een geldigheidsduur van één jaar.
5. De verklaring bedoeld in het tweede lid wordt door de kapitein in een voor iedereen toegankelijke plaats opgehangen.
6. Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke gegevens worden opgenomen in de in het eerste lid bedoelde verklaring.
2. De scheepsbeheerder verschaft de kapitein een exemplaar van de verklaring, bedoeld in het eerste lid.
3. De verklaring, bedoeld in het eerste lid, heeft een geldigheidsduur van vijf jaar.
4. In afwijking van het derde lid heeft de verklaring, bedoeld in het eerste lid, voor passagiersschepen en ro-ro passagiersschepen een geldigheidsduur van één jaar.
5. De verklaring bedoeld in het tweede lid wordt door de kapitein in een voor iedereen toegankelijke plaats opgehangen.
6. Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke gegevens worden opgenomen in de in het eerste lid bedoelde verklaring.