BWBR0012778
Geldig vanaf 2019-04-01
Artikel 41
Besluit zeevarenden
1. Zeevarenden die als scheepsbeveiligingsfunctionaris zijn aangesteld, zijn in het bezit van het certificaat scheepsbeveiligingsfunctionaris.
2. Andere zeevarenden dan zeevarenden als bedoeld in het eerste lid, die zijn belast met taken op het gebied van beveiliging zoals aangegeven in het scheepsbeveiligingsplan, zijn in het bezit van het certificaat uitvoering beveiligingstaken.
3. Elke andere zeevarende dan een zeevarende als bedoeld in het eerste en tweede lid, is in het bezit van het certificaat bewustwording scheepsbeveiliging.
4. Iedere zeevarende volgt, alvorens zijn taak aan boord te beginnen, een familiarisatietraining in scheepsbeveiliging of krijgt voldoende informatie en instructie om:
a. een beveiligingsincident te kunnen rapporteren;
b. de procedures bij een beveiligingsdreiging te kunnen volgen; en
c. deel te kunnen nemen aan beveiligingsgerelateerde nood- en eventualiteitenprocedures.
5. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op zeevarenden in het bezit van het certificaat scheepsbeveiligingsfunctionaris.
6. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op zeevarenden aan boord van schepen waarvoor niet ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het Schepenbesluit 2004of artikel 8 van de Regeling veiligheid zeeschepeneen internationaal scheepsbeveiligingscertificaat benodigd is.
7. Het eerste tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op vissers.
2. Andere zeevarenden dan zeevarenden als bedoeld in het eerste lid, die zijn belast met taken op het gebied van beveiliging zoals aangegeven in het scheepsbeveiligingsplan, zijn in het bezit van het certificaat uitvoering beveiligingstaken.
3. Elke andere zeevarende dan een zeevarende als bedoeld in het eerste en tweede lid, is in het bezit van het certificaat bewustwording scheepsbeveiliging.
4. Iedere zeevarende volgt, alvorens zijn taak aan boord te beginnen, een familiarisatietraining in scheepsbeveiliging of krijgt voldoende informatie en instructie om:
a. een beveiligingsincident te kunnen rapporteren;
b. de procedures bij een beveiligingsdreiging te kunnen volgen; en
c. deel te kunnen nemen aan beveiligingsgerelateerde nood- en eventualiteitenprocedures.
5. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op zeevarenden in het bezit van het certificaat scheepsbeveiligingsfunctionaris.
6. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op zeevarenden aan boord van schepen waarvoor niet ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het Schepenbesluit 2004of artikel 8 van de Regeling veiligheid zeeschepeneen internationaal scheepsbeveiligingscertificaat benodigd is.
7. Het eerste tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op vissers.