BWBR0012778
Geldig vanaf 2019-04-01
Artikel 2a
Besluit zeevarenden
1. Een vissersvaartuig is ten minste bemand met zeevarenden in de overeenkomstig tabel 2a vastgestelde functies, bepaald op basis van de lengte (L) en het voortstuwingsvermogen van het vaartuig en het vaargebied waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven.
2. Een zeevarende in een in het eerste lid vastgestelde functie, is in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs voor die functie.
3. Een stuurman-werktuigkundige zeevisvaart als bedoeld in tabel 2a kan vervangen worden door een stuurman zeevisvaart en een werktuigkundige zeevisvaart.
[tabel]
[tabel]
[tabel]
2. Een zeevarende in een in het eerste lid vastgestelde functie, is in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs voor die functie.
3. Een stuurman-werktuigkundige zeevisvaart als bedoeld in tabel 2a kan vervangen worden door een stuurman zeevisvaart en een werktuigkundige zeevisvaart.
[tabel]
[tabel]
[tabel]