BWBR0012713
Geldig vanaf 2001-08-01
Artikel 23
Besluit erkenning tussenpersonen, mestverwerkers en exporteurs Meststoffenwet
1. De erkende tussenpersoon dient jaarlijks vóór 1 september, met gebruikmaking van een door Onze Minister vastgesteld formulier, een afzetplan in waarin hij de hoeveelheid dierlijke meststoffen vermeldt waarvoor hij voor het komende kalenderjaar een vaststelling als bedoeldin artikel 3wenst en legt daarbij een of meer mestafzetovereenkomsten over op grond waarvan deze hoeveelheid dierlijke meststoffen in dat jaar kan worden afgevoerd naar een bedrijf, een erkende mestverwerker of een erkende exporteur. Het afzetplan wordt aangemerkt als een aanvraag om erkenning als bedoeld in artikel 58aka, tweede lid, van de wet.
2. De erkende mestverwerker, erkende exporteur en erkende producent dient jaarlijks vóór 1 september bij het Bureau Heffingen, met gebruikmaking van een door Onze Minister vastgesteld formulier, een afzetplan in waarin hij de hoeveelheid dierlijke meststoffen vermeldt waarvoor hij voor het komende kalenderjaar een vaststelling als bedoeld in artikel 3, dan wel in artikel 4, wenst en waarin ten aanzien van die hoeveelheid aannemelijk is gemaakt dat er in dat jaar mogelijkheden zijn voor de afzet buiten Nederland, dan wel, voor zover de dierlijke meststoffen onomkeerbaar worden verwerkt voor de afzet binnen of buiten Nederland. Ten aanzien van de erkende mestverwerker en de erkende producent is artikel 6, vierde lid, van overeenkomstige toepassing. Ten aanzien van de erkende exporteur is artikel 7, tweede lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de overeenkomst uiterlijk moet zijn afgesloten op het moment van de indiening van het afzetplan.
3. Indien de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor de erkende tussenpersoon, de erkende mestverwerker of de erkende exporteur voor het komende kalenderjaar een vaststelling wenst, een grotere hoeveelheid is dan de hoeveelheid die bij zijn erkenning is vastgesteld, dan wel dan de hoeveelheid die voor het lopende kalenderjaar is vastgesteld, legt hij bij het afzetplan gegevens over betreffende de aanvullende zekerheid waarin door hem is voorzien.
4. Bij het afzetplan voegt de erkende tussenpersoon, de erkende mestverwerker, de erkende exporteur of de erkende producent een verklaring dat nog steeds wordt voldaan aan de voorwaarden uit hoofdstuk 2.
2. De erkende mestverwerker, erkende exporteur en erkende producent dient jaarlijks vóór 1 september bij het Bureau Heffingen, met gebruikmaking van een door Onze Minister vastgesteld formulier, een afzetplan in waarin hij de hoeveelheid dierlijke meststoffen vermeldt waarvoor hij voor het komende kalenderjaar een vaststelling als bedoeld in artikel 3, dan wel in artikel 4, wenst en waarin ten aanzien van die hoeveelheid aannemelijk is gemaakt dat er in dat jaar mogelijkheden zijn voor de afzet buiten Nederland, dan wel, voor zover de dierlijke meststoffen onomkeerbaar worden verwerkt voor de afzet binnen of buiten Nederland. Ten aanzien van de erkende mestverwerker en de erkende producent is artikel 6, vierde lid, van overeenkomstige toepassing. Ten aanzien van de erkende exporteur is artikel 7, tweede lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de overeenkomst uiterlijk moet zijn afgesloten op het moment van de indiening van het afzetplan.
3. Indien de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor de erkende tussenpersoon, de erkende mestverwerker of de erkende exporteur voor het komende kalenderjaar een vaststelling wenst, een grotere hoeveelheid is dan de hoeveelheid die bij zijn erkenning is vastgesteld, dan wel dan de hoeveelheid die voor het lopende kalenderjaar is vastgesteld, legt hij bij het afzetplan gegevens over betreffende de aanvullende zekerheid waarin door hem is voorzien.
4. Bij het afzetplan voegt de erkende tussenpersoon, de erkende mestverwerker, de erkende exporteur of de erkende producent een verklaring dat nog steeds wordt voldaan aan de voorwaarden uit hoofdstuk 2.