BWBR0012713
Geldig vanaf 2001-08-01
Artikel 6
Besluit erkenning tussenpersonen, mestverwerkers en exporteurs Meststoffenwet
1. De voorwaarden voor de erkenning van een mestverwerker zijn:
a. de mestverwerker past een methode van bewerking of verwerking toe leidend tot een product waarvoor zowel voor de hoeveelheid stikstof als voor de hoeveelheid fosfaat in dat product reële mogelijkheden voor de afzet buiten Nederland bestaan of past een methode van onomkeerbare verwerking toe leidend tot een product waarvoor zowel voor de hoeveelheid stikstof als voor de hoeveelheid fosfaat in dat product reële mogelijkheden bestaan voor de afzet binnen of buiten Nederland;
b. de bewerkings- of verwerkingsinstallatie van de mestverwerker heeft de capaciteit om de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor een erkenning wordt aangevraagd te bewerken of verwerken;
c. de bewerkings- of verwerkingsinstallatie is geregistreerd overeenkomstig artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de richtlijn door Onze Minister;
d. ten aanzien van de bewerkings- of verwerkingsinstallatie is een milieuvergunning afgegeven;
e. de onderneming van de mestverwerker is financieel gezond zoals blijkt uit de winst- en verliesrekening van de onderneming of uit gegevens over de solvabiliteit en liquiditeit van de onderneming;
f. de mestverwerker heeft inzicht verschaft in de wijze waarop hij voornemens is de bewerkte of verwerkte dierlijke meststoffen buiten Nederland af te zetten dan wel te doen afzetten, en
g. de mestverwerker heeft in een zekerheid als bedoeld in artikel 9 van voldoende omvang voorzien.
2. De onderdelen c en f van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de dierlijke meststoffen waarvoor een erkenning wordt aangevraagd onomkeerbaar worden verwerkt.
3. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdelen c en d, geldt ten aanzien van een buitenlandse mestverwerker de voorwaarde dat het hem ingevolge de in het land van vestiging geldende wettelijke regelingen is toegestaan de bewerking- of verwerkingsinstallatie in bedrijf te hebben.
4. De mestverwerker heeft uiterlijk op het moment van de indiening van de aanvraag voor ten minste de helft van de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor een erkenning wordt aangevraagd, daarbij buiten beschouwing gelaten de hoeveelheid dierlijke meststoffen die onomkeerbaar wordt verwerkt, een of meer overeenkomsten betreffende de afname van die hoeveelheid afgesloten met afnemers gevestigd buiten Nederland. Voorzover de dierlijke meststoffen na bewerking of verwerking buiten Nederland worden afgezet door een erkende exporteur, kunnen deze overeenkomsten door de exporteur zijn afgesloten.
a. de mestverwerker past een methode van bewerking of verwerking toe leidend tot een product waarvoor zowel voor de hoeveelheid stikstof als voor de hoeveelheid fosfaat in dat product reële mogelijkheden voor de afzet buiten Nederland bestaan of past een methode van onomkeerbare verwerking toe leidend tot een product waarvoor zowel voor de hoeveelheid stikstof als voor de hoeveelheid fosfaat in dat product reële mogelijkheden bestaan voor de afzet binnen of buiten Nederland;
b. de bewerkings- of verwerkingsinstallatie van de mestverwerker heeft de capaciteit om de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor een erkenning wordt aangevraagd te bewerken of verwerken;
c. de bewerkings- of verwerkingsinstallatie is geregistreerd overeenkomstig artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de richtlijn door Onze Minister;
d. ten aanzien van de bewerkings- of verwerkingsinstallatie is een milieuvergunning afgegeven;
e. de onderneming van de mestverwerker is financieel gezond zoals blijkt uit de winst- en verliesrekening van de onderneming of uit gegevens over de solvabiliteit en liquiditeit van de onderneming;
f. de mestverwerker heeft inzicht verschaft in de wijze waarop hij voornemens is de bewerkte of verwerkte dierlijke meststoffen buiten Nederland af te zetten dan wel te doen afzetten, en
g. de mestverwerker heeft in een zekerheid als bedoeld in artikel 9 van voldoende omvang voorzien.
2. De onderdelen c en f van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de dierlijke meststoffen waarvoor een erkenning wordt aangevraagd onomkeerbaar worden verwerkt.
3. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdelen c en d, geldt ten aanzien van een buitenlandse mestverwerker de voorwaarde dat het hem ingevolge de in het land van vestiging geldende wettelijke regelingen is toegestaan de bewerking- of verwerkingsinstallatie in bedrijf te hebben.
4. De mestverwerker heeft uiterlijk op het moment van de indiening van de aanvraag voor ten minste de helft van de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor een erkenning wordt aangevraagd, daarbij buiten beschouwing gelaten de hoeveelheid dierlijke meststoffen die onomkeerbaar wordt verwerkt, een of meer overeenkomsten betreffende de afname van die hoeveelheid afgesloten met afnemers gevestigd buiten Nederland. Voorzover de dierlijke meststoffen na bewerking of verwerking buiten Nederland worden afgezet door een erkende exporteur, kunnen deze overeenkomsten door de exporteur zijn afgesloten.