BWBR0004054
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 58aka
Meststoffenwet
Artikel 58aka 1 Het is de erkende tussenpersoon verboden zich bij mestafzetovereenkomst te verplichten in een kalenderjaar een grotere hoeveelheid dierlijke meststoffen aan te voeren dan de bij de verlening van de erkenning vastgestelde hoeveelheid. 2 De bij verlening van de erkenning vastgestelde hoeveelheid dierlijke meststoffen is ten hoogste de hoeveelheid die de tussenpersoon in het desbetreffende jaar op grond van vóór indiening van de aanvraag om erkenning gesloten mestafzetovereenkomsten naar een bedrijf, een erkende mestverwerker of een erkende exporteur kan afvoeren. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorwaarden gesteld voor de erkenning door Onze Minister van een tussenpersoon en worden nadere voorwaarden en beperkingen aan de erkenning verbonden. Deze betreffen in ieder geval: a. de verplichting om de in een mestafzetovereenkomst met een erkende mestverwerker of erkende exporteur overeengekomen hoeveelheid dierlijke meststoffen daadwerkelijk naar deze mestverwerker of exporteur af te voeren binnen de bij of krachtens de maatregel bepaalde termijn en om zulks aannemelijk te maken op de bij of krachtens de maatregel bepaalde wijze; b. de zekerheid dat, ingeval de tussenpersoon na verlening van de erkenning zijn verplichtingen jegens de producent van de dierlijke meststoffen niet kan nakomen, diens verplichtingen door een andere erkende tussenpersoon of door een erkende mestverwerker of erkende exporteur worden nagekomen, dan wel schadevergoeding wordt geboden. De zekerheid kan door de tussenpersoon worden geboden door aansluiting bij een waarborgfonds dat voldoet aan bij of krachtens de maatregel te stellen eisen, dan wel op een andere, bij of krachtens de maatregel geregelde, gelijkwaardige wijze. 4 Door Onze Minister kunnen aan een erkenning verdere beperkingen en voorschriften worden verbonden. 2001 312 05-07-2001 28-06-2001 27276 2001 313 05-07-2001 29-06-2001 06-07-2001 Ingeval titel 3 van hoofdstuk V op een ander tijdstip in werking treedt dan 1 januari, gelden de verboden, gesteld in artikel 58aa, 58af, eerste lid, 58aj, eerste lid, en 58ak, eerste lid, met ingang van 1 januari van het eerstvolgende jaar.