BWBR0012713
Geldig vanaf 2001-08-01
Artikel 15
Besluit erkenning tussenpersonen, mestverwerkers en exporteurs Meststoffenwet
1. De hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 3dan wel in artikel 4, die bij de erkenning van een mestverwerker of van een producent wordt vastgesteld, is afhankelijk van de mate waarin de mestverwerker of de producent naar het oordeel van Onze Minister aannemelijk heeft gemaakt dat:
a. zowel de hoeveelheid stikstof als de hoeveelheid fosfaat in de te bewerken of verwerken dierlijke meststoffen in de vorm van dierlijke meststoffen buiten Nederland kunnen worden afgezet of in de vorm van de na onomkeerbare verwerking ontstane producten binnen of buiten Nederland kunnen worden afgezet;
b. de capaciteit van de bewerkings- of verwerkingsinstallatie van de mestverwerker of de producent toereikend is voor de bewerking of verwerking van de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor een erkenning is aangevraagd, en
c. de dierlijke meststoffen kunnen worden bewerkt of verwerkt op basis van de voor de installatie van de mestverwerker of voor het bedrijf van de producent verleende milieuvergunning.
2. De hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 3, die bij de erkenning van een exporteur wordt vastgesteld, is afhankelijk van de mate waarin de exporteur naar het oordeel van Onze Minister aannemelijk heeft gemaakt dat zowel de hoeveelheid stikstof als de hoeveelheid fosfaat in de dierlijke meststoffen in de vorm van onbewerkte, ingedikte of gedroogde pluimveemest, kunnen worden afgezet buiten Nederland.
a. zowel de hoeveelheid stikstof als de hoeveelheid fosfaat in de te bewerken of verwerken dierlijke meststoffen in de vorm van dierlijke meststoffen buiten Nederland kunnen worden afgezet of in de vorm van de na onomkeerbare verwerking ontstane producten binnen of buiten Nederland kunnen worden afgezet;
b. de capaciteit van de bewerkings- of verwerkingsinstallatie van de mestverwerker of de producent toereikend is voor de bewerking of verwerking van de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor een erkenning is aangevraagd, en
c. de dierlijke meststoffen kunnen worden bewerkt of verwerkt op basis van de voor de installatie van de mestverwerker of voor het bedrijf van de producent verleende milieuvergunning.
2. De hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 3, die bij de erkenning van een exporteur wordt vastgesteld, is afhankelijk van de mate waarin de exporteur naar het oordeel van Onze Minister aannemelijk heeft gemaakt dat zowel de hoeveelheid stikstof als de hoeveelheid fosfaat in de dierlijke meststoffen in de vorm van onbewerkte, ingedikte of gedroogde pluimveemest, kunnen worden afgezet buiten Nederland.