BWBR0012713
Geldig vanaf 2001-08-01
Artikel 9
Besluit erkenning tussenpersonen, mestverwerkers en exporteurs Meststoffenwet
1. De tussenpersoon, onderscheidenlijk mestverwerker of exporteur voorziet in een zekerheid die hij ingeval hij na de erkenningverlening niet in staat is om de onderscheiden verplichtingen, bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, in samenhang met artikel 5, onderdeel a, 17, eerste lid, 18en 19, eerste en tweede lid, na te komen, aanspreekt teneinde alsnog aan de verplichtingen te voldoen.
2. De zekerheid, bedoeld in het eerste lid, wordt geboden door aansluiting bij een waarborgfonds of door een van de volgende, gelijkwaardige vormen van zekerheid:
a. een waarborgsom;
b. een borgtocht in de zin van titel 14 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
c. een verzekeringsovereenkomst;
d. een of meerdere met andere ondernemingen gesloten overeenkomsten op grond waarvan dierlijke meststoffen onomkeerbaar op die ondernemingen kunnen worden verwerkt;
e. een of meerdere met bedrijven gesloten mestafzetovereenkomsten op grond waarvan dierlijke meststoffen naar die bedrijven kunnen worden afgevoerd, of
f. een combinatie van de in de onderdelen a tot en met e genoemde vormen van zekerheid.
3. Overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d van het tweede lid worden slechts als zekerheid in aanmerking genomen indien de verwerkingscapaciteit van de andere ondernemingen toereikend is voor de verwerking van de hoeveelheid dierlijke meststoffen die zij verplicht zijn aan te voeren op grond van mestafzetovereenkomsten en van de hoeveelheid dierlijke meststoffen die zij verplicht zijn aan te voeren op grond van de overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d van het tweede lid.
4. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de gevallen waarin de zekerheid wordt aangesproken, over de vereiste omvang van de zekerheid en de andere voorwaarden waaraan deze moet voldoen.
2. De zekerheid, bedoeld in het eerste lid, wordt geboden door aansluiting bij een waarborgfonds of door een van de volgende, gelijkwaardige vormen van zekerheid:
a. een waarborgsom;
b. een borgtocht in de zin van titel 14 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
c. een verzekeringsovereenkomst;
d. een of meerdere met andere ondernemingen gesloten overeenkomsten op grond waarvan dierlijke meststoffen onomkeerbaar op die ondernemingen kunnen worden verwerkt;
e. een of meerdere met bedrijven gesloten mestafzetovereenkomsten op grond waarvan dierlijke meststoffen naar die bedrijven kunnen worden afgevoerd, of
f. een combinatie van de in de onderdelen a tot en met e genoemde vormen van zekerheid.
3. Overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d van het tweede lid worden slechts als zekerheid in aanmerking genomen indien de verwerkingscapaciteit van de andere ondernemingen toereikend is voor de verwerking van de hoeveelheid dierlijke meststoffen die zij verplicht zijn aan te voeren op grond van mestafzetovereenkomsten en van de hoeveelheid dierlijke meststoffen die zij verplicht zijn aan te voeren op grond van de overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d van het tweede lid.
4. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de gevallen waarin de zekerheid wordt aangesproken, over de vereiste omvang van de zekerheid en de andere voorwaarden waaraan deze moet voldoen.