BWBR0012616
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 9
Regeling rundersperma
1. Bij de aanvraag om erkenning van een runderspermawincentrum worden de volgende gegevens verstrekt:
a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van het runderspermawincentrum;
b. het aan het runderspermawincentrum krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren uitgegeven uniek bedrijfsnummer;
c. een plattegrond van kadastrale eenheden waarop het runderspermawincentrum is gesitueerd, waarbij is aangegeven: de afscheiding ten opzichte van de directe omgeving;
de afstand en de aard van de omliggende bedrijven, en
de ligging van de in artikel 5, eerste lid, van deze regeling bedoelde ruimten en voorzieningen;
de afscheiding ten opzichte van de directe omgeving;
de afstand en de aard van de omliggende bedrijven, en
de ligging van de in artikel 5, eerste lid, van deze regeling bedoelde ruimten en voorzieningen;
d. voor zover de in artikel 5, eerste lid, onder g en h, bedoelde voorzieningen niet zijn gelegen op de kadastrale eenheden waarop het runderspermawincentrum is gesitueerd, de naam, het adres en de vestigingsplaats van deze voorzieningen, en
e. de naam van de dierenarts van het centrum.
2. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een aanvraag om erkenning als bedoeld in artikel 15.
a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van het runderspermawincentrum;
b. het aan het runderspermawincentrum krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren uitgegeven uniek bedrijfsnummer;
c. een plattegrond van kadastrale eenheden waarop het runderspermawincentrum is gesitueerd, waarbij is aangegeven: de afscheiding ten opzichte van de directe omgeving;
de afstand en de aard van de omliggende bedrijven, en
de ligging van de in artikel 5, eerste lid, van deze regeling bedoelde ruimten en voorzieningen;
de afscheiding ten opzichte van de directe omgeving;
de afstand en de aard van de omliggende bedrijven, en
de ligging van de in artikel 5, eerste lid, van deze regeling bedoelde ruimten en voorzieningen;
d. voor zover de in artikel 5, eerste lid, onder g en h, bedoelde voorzieningen niet zijn gelegen op de kadastrale eenheden waarop het runderspermawincentrum is gesitueerd, de naam, het adres en de vestigingsplaats van deze voorzieningen, en
e. de naam van de dierenarts van het centrum.
2. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een aanvraag om erkenning als bedoeld in artikel 15.