BWBR0012616
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 6
Regeling rundersperma
1. Het runderspermawincentrum beschikt ten behoeve van het toezicht, bedoeld in Bijlage A, Hoofdstuk II, punt 1, onderdeel b, van richtlijn 88/407/EEG, over een door de keuringsdierenarts vanuit één plaats op het runderspermawincentrum te raadplegen register dat dagelijks wordt bijgehouden en dat zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige wijze met betrekking tot elk rund kan worden afgeleid:
a. het ras;
b. de geboortedatum;
c. het krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren toegekende identificatienummer;
d. gegevens inzake de uitgevoerde vaccinaties;
e. gegevens uit het ziekte/gezondheidsdossier;
f. de datum van toelating op het runderspermawincentrum;
g. de quarantaineruimte dan wel het runderspermawincentrum van waaruit het rund afkomstig is;
h. het beslag of bedrijf waar het rund voordat het in de in onderdeel g bedoelde ruimte werd binnengebracht, heeft verbleven, en
i. de gegevens, waaronder de laboratoriumuitslagen, onder vermelding van de datum, betreffende de in Bijlage B van richtlijn 88/407/EEG voorgeschreven tests.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden bewaard gedurende de aanwezigheid van het betrokken rund op het runderspermawincentrum en tot drie jaar nadat het van het betrokken rund afkomstige sperma van het runderspermawincentrum is afgevoerd.
3. Ten behoeve van het toezicht, bedoeld in Bijlage A, Hoofdstuk II, punt 1, onderdeel f, onder vii, van richtlijn 88/407/EEG, zijn op de verpakking van iedere dosis sperma onuitwisbaar de navolgende gegevens vermeld:
a. het identificatienummer van het betrokken sperma;
b. de datum waarop het sperma is verkregen;
c. het krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren aan de stier waarvan het sperma is gewonnen, toegekende identificatienummer, en
d. het identificatienummer van het runderspermawincentrum.
a. het ras;
b. de geboortedatum;
c. het krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren toegekende identificatienummer;
d. gegevens inzake de uitgevoerde vaccinaties;
e. gegevens uit het ziekte/gezondheidsdossier;
f. de datum van toelating op het runderspermawincentrum;
g. de quarantaineruimte dan wel het runderspermawincentrum van waaruit het rund afkomstig is;
h. het beslag of bedrijf waar het rund voordat het in de in onderdeel g bedoelde ruimte werd binnengebracht, heeft verbleven, en
i. de gegevens, waaronder de laboratoriumuitslagen, onder vermelding van de datum, betreffende de in Bijlage B van richtlijn 88/407/EEG voorgeschreven tests.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden bewaard gedurende de aanwezigheid van het betrokken rund op het runderspermawincentrum en tot drie jaar nadat het van het betrokken rund afkomstige sperma van het runderspermawincentrum is afgevoerd.
3. Ten behoeve van het toezicht, bedoeld in Bijlage A, Hoofdstuk II, punt 1, onderdeel f, onder vii, van richtlijn 88/407/EEG, zijn op de verpakking van iedere dosis sperma onuitwisbaar de navolgende gegevens vermeld:
a. het identificatienummer van het betrokken sperma;
b. de datum waarop het sperma is verkregen;
c. het krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren aan de stier waarvan het sperma is gewonnen, toegekende identificatienummer, en
d. het identificatienummer van het runderspermawincentrum.