BWBR0012616
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 15
Regeling rundersperma
1. Een quarantaineruimte als bedoeld in Bijlage B, Hoofdstuk I, van richtlijn 88/407/EEGwordt na een daartoe strekkende aanvraag door de minister erkend, nadat uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat voldaan wordt aan artikel 16.
2. Aan een erkende quarantaineruimte wordt in verband met de erkenning een registratienummer toegekend.
3. Bij de aanvraag om erkenning van een quarantaineruimte worden de volgende gegevens verstrekt:
a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de quarantaineruimte;
b. het aan de quarantaineruimte krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren uitgegeven uniek bedrijfsnummer;
c. een plattegrond van kadastrale eenheden waarop de quarantaineruimte is gesitueerd, waarbij is aangegeven: afscheiding ten opzichte van de directe omgeving;
afstand en aard van de omliggende bedrijven, en
afscheiding ten opzichte van de directe omgeving;
afstand en aard van de omliggende bedrijven, en
d. de naam van de aan de quarantaineruimte verbonden dierenarts.
4. De minister trekt de verleende erkenning in, indien de keuringsdierenarts heeft geconstateerd dat de van toepassing zijnde voorschriften van artikel 16niet worden nageleefd, doch niet dan nadat gedurende een redelijke termijn gelegenheid is gegeven, de voor het behoud van de erkenning noodzakelijke voorzieningen te treffen.
2. Aan een erkende quarantaineruimte wordt in verband met de erkenning een registratienummer toegekend.
3. Bij de aanvraag om erkenning van een quarantaineruimte worden de volgende gegevens verstrekt:
a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de quarantaineruimte;
b. het aan de quarantaineruimte krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren uitgegeven uniek bedrijfsnummer;
c. een plattegrond van kadastrale eenheden waarop de quarantaineruimte is gesitueerd, waarbij is aangegeven: afscheiding ten opzichte van de directe omgeving;
afstand en aard van de omliggende bedrijven, en
afscheiding ten opzichte van de directe omgeving;
afstand en aard van de omliggende bedrijven, en
d. de naam van de aan de quarantaineruimte verbonden dierenarts.
4. De minister trekt de verleende erkenning in, indien de keuringsdierenarts heeft geconstateerd dat de van toepassing zijnde voorschriften van artikel 16niet worden nageleefd, doch niet dan nadat gedurende een redelijke termijn gelegenheid is gegeven, de voor het behoud van de erkenning noodzakelijke voorzieningen te treffen.