BWBR0012616
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 5
Regeling rundersperma
1. Aan Bijlage A, Hoofdstuk I, punt 1, onderdeel b, d, e en f, van richtlijn 88/407/EEGis voldaan, indien het runderspermawincentrum binnen de kadastrale eenheden waarop het runderspermawincentrum is gesitueerd, de beschikking heeft over:
a. een stalruimte voor de dagelijkse huisvesting en verzorging van de runderen, die op efficiënte wijze fysiek is afgesloten van de overige ruimten binnen het runderspermawincentrum;
b. een stalruimte voor de tijdelijke afzondering van runderen die wegens veterinaire redenen van productie zijn uitgesloten, die op efficiënte wijze fysiek is afgesloten van de overige ruimten binnen het runderspermawincentrum;
c. een voor het winnen van sperma ingerichte ruimte, die zich bevindt in de in onderdeel a, bedoelde stalruimte dan wel in een afzonderlijke hiertoe bestemde ruimte, die op efficiënte wijze fysiek is afgesloten van de overige ruimten binnen het runderspermawincentrum en waarvan zich in de directe omgeving faciliteiten voor de reiniging en ontsmetting van de bij de spermaverkrijging te gebruiken voorzieningen bevinden;
d. een voorziening voor de reiniging en ontsmetting van de gebruikte materialen;
e. voor runderen ontoegankelijke voorzieningen voor de opslag van voer, kleding en medicijnen alsmede voor de bij de verkrijging, bewerking en opslag van sperma te gebruiken materialen;
f. een aan- en afvoervoorziening voor runderen, die op efficiënte wijze fysiek is afgesloten van de overige ruimten van het runderspermawincentrum en die uitsluitend wordt gebruikt ten behoeve van de aan- en afvoer van runderen;
g. een ruimte voor de behandeling van sperma, die op efficiënte wijze van de overige ruimten binnen het runderspermawincentrum is geïsoleerd, en
h. een ruimte voor de opslag en distributie van sperma, die op efficiënte wijze van de overige ruimten binnen het runderspermawincentrum is geïsoleerd.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen de onder g en h, bedoelde ruimten zich bevinden op een afzonderlijke kadastrale eenheid.
3. In de in het tweede lid bedoelde situatie is artikel 4op deze ruimten van overeenkomstige toepassing.
a. een stalruimte voor de dagelijkse huisvesting en verzorging van de runderen, die op efficiënte wijze fysiek is afgesloten van de overige ruimten binnen het runderspermawincentrum;
b. een stalruimte voor de tijdelijke afzondering van runderen die wegens veterinaire redenen van productie zijn uitgesloten, die op efficiënte wijze fysiek is afgesloten van de overige ruimten binnen het runderspermawincentrum;
c. een voor het winnen van sperma ingerichte ruimte, die zich bevindt in de in onderdeel a, bedoelde stalruimte dan wel in een afzonderlijke hiertoe bestemde ruimte, die op efficiënte wijze fysiek is afgesloten van de overige ruimten binnen het runderspermawincentrum en waarvan zich in de directe omgeving faciliteiten voor de reiniging en ontsmetting van de bij de spermaverkrijging te gebruiken voorzieningen bevinden;
d. een voorziening voor de reiniging en ontsmetting van de gebruikte materialen;
e. voor runderen ontoegankelijke voorzieningen voor de opslag van voer, kleding en medicijnen alsmede voor de bij de verkrijging, bewerking en opslag van sperma te gebruiken materialen;
f. een aan- en afvoervoorziening voor runderen, die op efficiënte wijze fysiek is afgesloten van de overige ruimten van het runderspermawincentrum en die uitsluitend wordt gebruikt ten behoeve van de aan- en afvoer van runderen;
g. een ruimte voor de behandeling van sperma, die op efficiënte wijze van de overige ruimten binnen het runderspermawincentrum is geïsoleerd, en
h. een ruimte voor de opslag en distributie van sperma, die op efficiënte wijze van de overige ruimten binnen het runderspermawincentrum is geïsoleerd.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen de onder g en h, bedoelde ruimten zich bevinden op een afzonderlijke kadastrale eenheid.
3. In de in het tweede lid bedoelde situatie is artikel 4op deze ruimten van overeenkomstige toepassing.