BWBR0012616
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 18
Regeling rundersperma
1. De eigenaar of exploitant van een runderspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger beschikt over een door de keuringsdierenarts vanuit één plaats op het runderspermawincentrum te raadplegen register, dat dagelijks wordt bijgehouden en dat zodanig is ingericht, dat daaruit op elk moment op eenvoudige wijze met betrekking elke winning kan worden afgeleid:
a. het aan de winning toegekende identificatienummer;
b. de datum waarop het sperma is verkregen;
c. de lichaamstemperatuur en de status van de stier;
d. de eventuele calamiteiten die zich bij het verkrijgen van het sperma hebben voorgedaan;
e. het krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren aan de stier waarvan het sperma is gewonnen, toegekende identificatienummer, en
f. de doses waarin de winning is verdeeld.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden bewaard tot drie jaar nadat de laatste dosis van de betrokken winning van het runderspermawincentrum is afgevoerd.
a. het aan de winning toegekende identificatienummer;
b. de datum waarop het sperma is verkregen;
c. de lichaamstemperatuur en de status van de stier;
d. de eventuele calamiteiten die zich bij het verkrijgen van het sperma hebben voorgedaan;
e. het krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren aan de stier waarvan het sperma is gewonnen, toegekende identificatienummer, en
f. de doses waarin de winning is verdeeld.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden bewaard tot drie jaar nadat de laatste dosis van de betrokken winning van het runderspermawincentrum is afgevoerd.